Vocabulario
283 palabras · página 7 de 12
optillenA2separable
tilde op · hebben opgetild
alzar
Ik kan mijn zware koffer niet alleen optillen.
optredenA2separableirregular
trad op · traden op · hebben opgetreden
actuar
De band treedt zaterdag op.
het optreden
actuación
Het optreden van de band duurde twee uur.
opvallenA2separableirregular
viel op · vielen op · zijn opgevallen
llamar la atención
Het valt me op dat je beter spreekt.
opwarmenA2separable
warmde op · hebben opgewarmd
calentar
Warm het eten even op in de magnetron.
opzeggenA2separableirregular
zei op · zeiden op · hebben opgezegd
rescindir, cancelar
Ik wil mijn contract opzeggen.
opzoekenA2separableirregular
zocht op · zochten op · hebben opgezocht
consultar, buscar (en un diccionario, un mapa)
Zoek het woord even op.
ir a ver, visitar (a alguien)
Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.
organiserenA2
organiseerde · hebben georganiseerd
organizar
Wij organiseren zaterdag een feest voor de buren.
overstappenA2separable
stapte over · zijn overgestapt
hacer transbordo
In Utrecht moet je overstappen.
cambiarse (a otro proveedor)
Veel mensen stappen over naar een goedkopere zorgverzekering.
overtuigenA2
overtuigde · hebben overtuigd
convencer
Hij wist iedereen te overtuigen.
pakkenA1
pakte · hebben gepakt
coger
Pak even een glas voor me.
parkerenA2
parkeerde · hebben geparkeerd
aparcar
Hier mag je niet parkeren.
passenA2
paste · hebben gepast
probarse; quedar bien
Mag ik deze broek even passen?
pinnenA2
pinde · hebben gepind
pagar con tarjeta
Kan ik hier pinnen?
plannenA2
plande · hebben gepland
planificar, planear
We moeten de verhuizing naar Utrecht goed plannen.
poetsenA1
poetste · hebben gepoetst
cepillar, limpiar
Poets je tanden twee keer per dag.
pratenA1
praatte · hebben gepraat
hablar, charlar
We praten straks verder.
printenA2
printte · hebben geprint
imprimir
Kun je dit formulier even printen?
proberenA1
probeerde · hebben geprobeerd
probar
Wil je dit even proberen?
proevenA2
proefde · hebben geproefd
probar (sabor)
Wil je even proeven of het goed is?
publicerenA1
publiceerde · hebben gepubliceerd
publicar
De krant publiceerde het rapport gisteren.
radenA1irregular
raadde · raadden · hebben geraden
adivinar
Raad eens wie ik zag!
reagerenA1
reageerde · hebben gereageerd
reaccionar, responder
Hij heeft nog niet op mijn mail gereageerd.
zich realiserenA2reflexivo
realiseerde · hebben gerealiseerd
darse cuenta
Ik realiseerde me pas later wat er gebeurd was.
regelenA2
regelde · hebben geregeld
gestionar, organizar
Ik regel het morgen wel.
reizenA1
reisde · hebben/zijn gereisd
viajar
Ik reis elke dag met de trein.

