Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

2021 palabras · página 62 de 81

  • teamgeestB1

    espíritu de equipo

    De teamgeest is hier goed.

  • teamleiderB1

    jefe de equipo

    Vraag het even aan de teamleider.

  • teamoverlegB1

    reunión de equipo

    Het teamoverleg is op dinsdagochtend.

  • teamsportB1

    deporte de equipo

    Voetbal is de bekendste teamsport.

  • teamvergaderingA2

    reunión de equipo

    De teamvergadering is elke maandag.

  • teenA1

    dedo del pie

    Ik stootte mijn teen tegen de tafel.

  • tegelijkA2

    a la vez

    Praat niet allemaal tegelijk.

  • tegenwoordigA2

    hoy en día

    Tegenwoordig werk ik vaker thuis.

  • tegoedA2

    saldo disponible

    Er staat nog tegoed op mijn kaart.

  • tekenenA2

    dibujar

    Mijn dochter tekent graag.

  • telefoonA1

    teléfono

    Mijn telefoon is leeg.

  • telefoonafspraakB1

    cita telefónica

    We maken een telefoonafspraak voor donderdag.

  • telefoongesprekB1

    llamada telefónica

    Na het telefoongesprek was alles duidelijk.

  • teleurgesteldA2

    decepcionado

    Hij was teleurgesteld in het resultaat.

  • televisieA1

    televisión

    De televisie staat de hele dag aan.

  • tellenA1

    contar

    Kun je tot tien tellen in het Nederlands?

  • temperatuurB1

    temperatura

    De temperatuur daalt vannacht.

  • temperatuurstijgingB1

    aumento de temperatura

    De temperatuurstijging is duidelijk zichtbaar.

  • tempoB1

    ritmo

    Het tempo van de cursus ligt hoog.

  • tentoonstellingB1

    exposición

    In het museum is een nieuwe tentoonstelling.

  • termijnB1

    plazo

    Je kunt in termijnen betalen.

  • terrasB1

    terraza

    Bij mooi weer zitten we op het terras.

  • terugA1

    de vuelta

    Ik ben om zes uur terug.

  • terugbellenB1

    devolver la llamada

    Kunt u mij vanmiddag terugbellen?

  • terugbetalenA2

    devolver (dinero)

    Ik betaal je volgende week terug.