Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
2021 palabras · página 52 de 81
rekenenA2
calcular
Ik moet even rekenen hoeveel het kost.
rekeningA2
factura; cuenta
De rekening komt volgende week.
rekeningnummerA2
número de cuenta
Geef je rekeningnummer door.
rekeningoverzichtB1
extracto de cuenta
Op het rekeningoverzicht zie je alles terug.
remmenB1
frenar
Bij regen moet je eerder remmen.
rennenA1
correr
De kinderen rennen door de tuin.
renteA2
interés
De rente op de spaarrekening is laag.
rentetariefB1
tipo de interés
Het rentetarief van deze lening is hoog.
reparatieA2
reparación
De reparatie wordt door de verhuurder betaald.
reserverenB1
reservar
Je moet vooraf een plaats reserveren.
restaurantA2
restaurante
We gaan uit eten in een Italiaans restaurant.
restjeA2
sobras
Van de restjes maak ik morgen soep.
resultaatB1
resultado
Het resultaat viel tegen.
resultaatafspraakB1
acuerdo de resultados
We maken jaarlijks resultaatafspraken.
retournerenA2
devolver
Je kunt het binnen 14 dagen retourneren.
retourzendingA2
devolución de envío
De retourzending is gratis.
revalidatieB1
rehabilitación
De revalidatie duurt enkele maanden.
revalidatiecentrumB1
centro de rehabilitación
Na het ongeluk lag hij in een revalidatiecentrum.
richtingA2
dirección (sentido)
Je moet de andere richting op.
rijA2
cola
Er staat een lange rij bij de kassa.
rijbewijsB1
carné de conducir
Zonder rijbewijs mag je niet rijden.
rijbewijsverlengingB1
renovación del carné
De rijbewijsverlenging regel je bij de gemeente.
rijdenA2
conducir, ir en
Hij rijdt elke dag naar zijn werk.
rijexamenB1
examen de conducir
Ik ben geslaagd voor mijn rijexamen.
rijgedragB1
comportamiento al volante
Zijn rijgedrag is de laatste tijd rustiger.

