Vocabulario
3699 palabras · página 52 de 148
de hulpverlenerB1
trabajador de apoyo
Een hulpverlener begeleidt het gezin.
hurenA2
huurde · hebben gehuurd
alquilar
Wij huren een appartement van een woningcorporatie.
de huurA2
alquiler
De huur moet voor de eerste van de maand betaald worden.
de huurbetalingB1
pago del alquiler
De huurbetaling gaat automatisch van mijn rekening.
het huurcontractA2
contrato de alquiler
Lees het huurcontract goed door.
de huurderA2
inquilino
De huurder moet kleine reparaties zelf doen.
de huurprijsB1
precio del alquiler
De huurprijs gaat elk jaar omhoog.
de huurtoeslagA2
ayuda al alquiler
Ik ontvang huurtoeslag van de Belastingdienst.
de huurverhogingA2
subida del alquiler
De huurverhoging gaat in juli in.
de huurwoningB1
vivienda de alquiler
De wachttijd voor een sociale huurwoning is jaren.
het huwelijkA1
matrimonio, boda
Hun huwelijk was in juni.
de hypotheekB1
hipoteca
Zij hebben een hypotheek van dertig jaar.
ideaalB1
ideal
Dit huis is ideaal voor een gezin met kinderen.
het ideeA1
idea
Dat is een goed idee.
identificerenB1
identificeerde · hebben geïdentificeerd
identificar(se)
Bij de balie moet je je kunnen identificeren.
het identiteitsbewijsA2
documento de identidad
Neem een geldig identiteitsbewijs mee.
de identiteitscontroleB1
control de identidad
Bij binnenkomst is er een identiteitscontrole.
iedereA1
cada
Iedere maandag heb ik les.
iedereenA1
todo el mundo, todos
Iedereen is welkom.
iemandA1
alguien
Er staat iemand voor de deur.
ietsA1
algo
Wil je iets drinken?
het ijsA1
hielo, helado
De kinderen willen een ijsje.
illegaalB1
ilegal
Het is illegaal om zonder vergunning te bouwen.
de impactB1
impacto
De crisis had een grote impact op ons gezin.
inA1
en
Het zit in de kast.

