Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
2021 palabras · página 51 de 81
referentieB1
referencia
Mijn vorige werkgever wil een referentie geven.
regelB1
regla
Dat is hier de regel.
regelenA2
gestionar, organizar
Ik regel het morgen wel.
regelgevingB1
normativa
De regelgeving is de laatste jaren veranderd.
regelmatigA2
con regularidad
Ik sport regelmatig.
regenB1
lluvia
Door de regen bleven we binnen.
regenbuiB1
chubasco
Er komt vanmiddag een flinke regenbui.
regenvalB1
precipitación
De regenval was dit voorjaar extreem.
regenwaterB1
agua de lluvia
Regenwater kun je opvangen voor de tuin.
reisA2
viaje
De reis duurt twee uur.
reisadviesB1
recomendación de viaje
Kijk op de app voor het actuele reisadvies.
reisdocumentB1
documento de viaje
Neem een geldig reisdocument mee.
reisduurA2
duración del viaje
De reisduur is ongeveer 45 minuten.
reisgidsB1
guía de viaje
In de reisgids staan alle bezienswaardigheden.
reiskostenA2
gastos de viaje
De reiskosten worden vergoed.
reiskostenvergoedingB1
ayuda de transporte
Krijg je een reiskostenvergoeding van je werk?
reisorganisatieB1
agencia de viajes
De reisorganisatie regelt het hotel.
reisplanB1
plan de viaje
Ons reisplan is nog niet definitief.
reisplannerB1
planificador de viaje
Met de reisplanner zoek je de snelste route.
reisplanningB1
planificación del trayecto
Doe je reisplanning de avond ervoor.
reisschemaB1
itinerario
Ons reisschema staat in de app.
reistijdA2
tiempo de viaje
De reistijd is ongeveer een uur.
reisverslagB1
crónica de viaje
Ze schreef een reisverslag voor de krant.
reisverzekeringA2
seguro de viaje
Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.
reizenA1
viajar
Ik reis elke dag met de trein.

