Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

430 palabras · página 5 de 18

  • de foutA1

    error; incorrecto

    Ik heb een fout gemaakt.

  • de gangA1

    pasillo

    Zet je schoenen in de gang.

  • de garageA1

    garaje

    De fiets staat in de garage.

  • het gebakA1

    pastel

    Bij de koffie was er gebak.

  • het gebruikA1

    uso

    Het gebruik van de app is gratis.

  • het geldA1

    dinero

    Ik heb geen geld bij me.

  • het gelukA1

    suerte, felicidad

    Veel geluk met je nieuwe baan!

  • het gereedschapA1

    herramientas

    Het gereedschap ligt in de schuur.

  • de geschiedenisA1

    historia

    De geschiedenis van dit gebouw is bijzonder.

  • het gesprekA1

    conversación

    We hebben een goed gesprek gehad.

  • het getalA1

    número (cifra)

    Schrijf het getal in cijfers.

  • het gevoelA1

    sentimiento

    Ik had het gevoel dat er iets mis was.

  • het gezichtA1

    cara

    Was je gezicht met koud water.

  • het gezinA1

    familia (núcleo)

    Ons gezin bestaat uit vier personen.

  • het glasA1

    vaso

    Mag ik een glas water?


    vidrio, cristal

    De deur van de keuken is van hout en glas.

  • de goedenavondA1

    buenas noches

    Goedenavond, komt u binnen.

  • de goedendagA1

    buenas (saludo formal)

    Goedendag, waarmee kan ik u helpen?

  • de gootsteenA1

    fregadero

    De vuile borden staan in de gootsteen.

  • de groepA1

    grupo

    De groep vertrekt om negen uur met de bus.

  • het haarA1

    pelo

    Zij heeft lang haar.


    su (de ella)

    Anna zoekt haar sleutels in haar tas.

  • de hagelslagA1

    fideos de chocolate

    Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.

  • de hamA1

    jamón

    Ik neem een boterham met ham.

  • de handA1

    mano

    Was je handen voor het eten.

  • de handdoekA1

    toalla

    De handdoek hangt in de badkamer.

  • het hartA1

    corazón

    Mijn hart klopt snel.