Vocabulario
306 palabras · página 5 de 13
grappigA2
gracioso
Mijn broer vertelt altijd grappige verhalen.
gratisA1
gratis
De eerste les is gratis.
grijsA1
gris
De lucht is vandaag grijs.
groenA1
verde
Het licht is groen, je mag gaan.
grootA1
grande
Zij wonen in een groot huis.
haastigB1
apresurado
Hij at haastig zijn brood en rende naar buiten.
halfA1
medio
Het is half acht.
handigA1
práctico
Dat is een handige app.
hardA1
duro; fuerte
Het bed is te hard.
heerlijkA2
delicioso
De soep van mijn moeder smaakt heerlijk.
helderB1
claro, despejado
Na de regen is de lucht weer helder.
historischB1
histórico
Het historische centrum van de stad is prachtig.
hoogA1
alto
Dat gebouw is heel hoog.
houdbaarA2
que se conserva
De melk is nog twee dagen houdbaar.
houtenB1
de madera
In de keuken staat een grote houten tafel.
huidigB1
actual
Wat is uw huidige adres en telefoonnummer?
interessantA2
interesante
Ik vond de les over de geschiedenis van Nederland interessant.
internationaalB1
internacional
Op onze school zitten veel internationale studenten.
jaloersA2
celoso, envidioso
Hij is een beetje jaloers op zijn broer.
jammerA2
qué pena, lástima
Wat jammer dat je niet naar het feest kunt komen.
jarigA1
que cumple años
Mijn zoon is vandaag jarig.
jongA1
joven
Zij is nog heel jong.
juistB1
correcto
Kies het juiste antwoord uit de lijst.
kapotA2
roto, estropeado
Mijn telefoon is kapot, het scherm doet niets meer.
klaarA1
listo
Het eten is klaar.

