Vocabulario
1784 palabras · página 49 de 72
het risicoA2
riesgo
Wie te hard rijdt, neemt een groot risico.
de rivierA2
río
De rivier loopt door de stad.
roepenA1irregular
riep · riepen · hebben geroepen
llamar, gritar
Roep me als je klaar bent.
roerenA2
roerde · hebben geroerd
remover
Blijf roeren tot de saus dik wordt.
de rokA1
falda
Ze draagt vandaag een lange blauwe rok.
de rommelA1
desorden
Wat een rommel in deze kamer!
rondA1
redondo
De tafel is rond.
alrededor de
De vergadering begint rond twee uur.
roodA1
rojo
Ze draagt een rode jas.
de roomA1
nata
Wil je room bij de koffie?
het roosterA2
horario
Het rooster voor volgende week hangt er.
de rotondeA2
rotonda
Neem op de rotonde de tweede afslag.
rozeA1
rosa
Zij draagt een roze jurk.
de rugA1
espalda
Ik heb last van mijn rug.
de rugzakA1
mochila
Mijn boeken zitten in mijn rugzak.
ruikenA2irregular
rook · roken · hebben geroken
oler
Het ruikt hier lekker.
ruilenA2
ruilde · hebben geruild
intercambiar, cambiar
Kan ik deze jas ruilen?
de ruimteA2
espacio
Er is te weinig ruimte in de kast voor al mijn kleren.
de rustA2
reposo
De dokter zei dat ik rust nodig heb.
rustigA2
tranquilo
Het is hier lekker rustig.
de ruzieA2
riña
Ze hebben ruzie over geld.
de saladeA1
ensalada
Bij het vlees eten we salade.
het salarisA2
salario
Het salaris wordt aan het einde van de maand betaald.
de salarisschaalA2
escala salarial
Ik zit in salarisschaal 7.
samenA1
juntos
We eten samen om zes uur.
de samenlevingA2
sociedad
De samenleving verandert snel.

