Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

1230 palabras · página 48 de 50

  • wondA1

    herida

    Maak de wond eerst schoon.

  • wondverzorgingA2

    cura de la herida

    De verpleegkundige doet de wondverzorging.

  • wonenA1

    vivir, residir

    Wij wonen in Utrecht.

  • woningA2

    vivienda

    Een betaalbare woning vinden is moeilijk.

  • woningcorporatieA2

    empresa de vivienda social

    De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.

  • woonadresA2

    domicilio

    Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.

  • woonkamerA1

    salón

    De woonkamer is het grootst.

  • woonruimteA2

    espacio habitable

    Woonruimte is in deze stad schaars.

  • woordA1

    palabra

    Ik ken dit woord nog niet.

  • woordenboekA2

    diccionario

    Zoek het woord op in het woordenboek.

  • wordenA2

    llegar a ser

    Hij wil dokter worden.

  • worstA1

    salchicha

    Bij de slager kocht ik worst.

  • wortelA1

    zanahoria

    Doe de wortels in de soep.

  • yoghurtA1

    yogur

    Ik eet yoghurt bij het ontbijt.

  • zachtA1

    blando, suave

    Dit kussen is lekker zacht.

  • zakA1

    bolsillo; bolsa

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • zalfA2

    pomada

    Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.

  • zaterdagA1

    sábado

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • zebrapadA2

    paso de cebra

    Steek over bij het zebrapad.

  • zeepA1

    jabón

    Was je handen met zeep.

  • zeggenA1

    decir

    Wat zei je?

  • zekerA2

    seguro

    Weet je dat zeker?

  • zeldenA2

    raramente

    Ik ga zelden naar de bioscoop.

  • zelfA1

    mismo

    Dat heb ik zelf gemaakt.

  • zenuwachtigA2

    nervioso

    Ik ben zenuwachtig voor het examen.