Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

1493 palabras · página 48 de 60

  • toetsresultaatB1

    resultado de la prueba

    Het toetsresultaat viel me mee.

  • toetsvormB1

    tipo de prueba

    Welke toetsvorm gebruiken ze bij dit examen?

  • toetsvraagB1

    pregunta de la prueba

    Elke toetsvraag telt even zwaar.

  • toetsweekB1

    semana de exámenes

    Volgende maand is de toetsweek.

  • toiletA1

    aseo

    Waar is het toilet?

  • tomaatA1

    tomate

    Doe een tomaat in de salade.

  • tongA1

    lengua

    Steek uw tong uit, zegt de dokter.

  • toonB1

    tono

    Zijn toon was nogal onvriendelijk.

  • touwA1

    cuerda

    Bind de doos vast met touw.

  • traditieB1

    tradición

    Sinterklaas is een Nederlandse traditie.

  • tramA2

    tranvía

    Neem tram 4 naar het centrum.

  • trapA1

    escalera

    De trap is erg steil.

  • treinA2

    tren

    De trein naar Amsterdam vertrekt zo.

  • treinkaartjeA2

    billete de tren

    Koop je treinkaartje van tevoren.

  • treinreisA2

    viaje en tren

    De treinreis duurt anderhalf uur.

  • treinstoringA2

    incidencia ferroviaria

    Door een treinstoring reden er geen treinen.

  • treinvertragingB1

    retraso del tren

    Door treinvertraging kwam ik te laat op het werk.

  • tuinA1

    jardín

    We hebben een kleine tuin achter het huis.

  • tuinafvalB1

    residuos de jardín

    Tuinafval gaat in de groene bak.

  • tuinonderhoudA2

    mantenimiento del jardín

    Het tuinonderhoud doen we zelf.

  • tuinpadA1

    camino del jardín

    Het tuinpad ligt vol bladeren.

  • tuinstoelA1

    silla de jardín

    De tuinstoelen staan in de schuur.

  • tunnelA2

    túnel

    Door de tunnel ben je er sneller.

  • tweedehandsA2

    de segunda mano

    Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.

  • tweelingA1

    gemelos

    Zij heeft een tweeling gekregen.