Vocabulario
3699 palabras · página 45 de 148
glimlachenA2
glimlachte · hebben geglimlacht
sonreír
Ze glimlachte vriendelijk toen ze me zag.
goedA1
bueno
Het gaat goed met mij.
goedemorgenA1
buenos días
Goedemorgen, komt u binnen.
de goedenavondA1
buenas noches
Goedenavond, komt u binnen.
de goedendagA1
buenas (saludo formal)
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
goedkeurenB1separable
keurde goed · hebben goedgekeurd
aprobar (un plan)
De directeur heeft het plan goedgekeurd.
goedkoopA2
barato
Deze winkel is vrij goedkoop.
gokkenB1
gokte · hebben gegokt
apostar; adivinar
Gokken kan verslavend zijn en veel geld kosten.
gooienA2
gooide · hebben gegooid
tirar, lanzar
Gooi het papier in de blauwe container.
de gootsteenA1
fregadero
De vuile borden staan in de gootsteen.
het gordijnA2
cortina
Doe de gordijnen even dicht.
het goudA2
oro
Haar ring is van echt goud.
goudenB1
de oro, dorado
Zij kreeg een gouden ketting voor haar verjaardag.
de graadB1
grado (temperatura)
Het wordt morgen twintig graden in het hele land.
graagA1
con gusto
Ik drink graag koffie.
het grafB1
tumba
Elk jaar brengen we bloemen naar het graf van opa.
het gramA2
gramo
Ik heb 500 gram kaas gekocht.
de grammaticaA2
gramática
De grammatica vind ik het moeilijkst.
de grapA2
chiste
Die grap viel verkeerd.
grappigA2
gracioso
Mijn broer vertelt altijd grappige verhalen.
het grasB1
hierba
Het gras moet gemaaid worden.
gratisA1
gratis
De eerste les is gratis.
de grensA2
frontera; límite
Bij de grens met Duitsland is geen controle meer.
de griepA2
gripe
Half kantoor heeft de griep.
de griepprikA2
vacuna de la gripe
Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.

