Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
2021 palabras · página 45 de 81
ontspannenB1
relajarse
In het weekend probeer ik te ontspannen.
ontspanningB1
relajación
Lezen is voor mij pure ontspanning.
ontvangenA2
recibir
Ik heb je bericht ontvangen.
ontvangerB1
destinatario
De ontvanger van de brief was verhuisd.
ontwikkelingB1
desarrollo
Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
oogA1
ojo
Er zit iets in mijn oog.
oogartsA2
oftalmólogo
De huisarts stuurde mij naar de oogarts.
oogstB1
cosecha
De oogst viel dit jaar tegen.
ookA1
también
Ik kom ook mee.
oomA1
tío
Mijn oom woont in Duitsland.
oorA1
oreja
Mijn oor doet pijn.
oorpijnA2
dolor de oído
Het kind heeft oorpijn.
opA1
sobre, en
Het boek ligt op tafel.
opaA1
abuelo
Mijn opa vertelt graag verhalen.
opbellenA2
llamar por teléfono
Ik bel je morgen op.
opbergenA2
guardar (en su sitio)
Berg je spullen op in de kast.
opdrachtA2
encargo, tarea
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.
openA1
abierto
De winkel is nog open.
openbaarB1
público
De vergadering is openbaar.
openbare ordeB1
orden público
De politie handhaaft de openbare orde.
openenA1
abrir
De winkel opent om negen uur.
operatieA2
operación
De operatie is goed gegaan.
opgeluchtA2
aliviado
Ik was opgelucht toen het voorbij was.
opgewektA2
alegre
Ze is meestal heel opgewekt.
ophalenA2
recoger
Ik haal je om zeven uur op.

