Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
2021 palabras · página 44 de 81
ofA1
o
Wil je thee of koffie?
oktoberA1
octubre
In oktober vallen de bladeren.
olieA2
aceite
Bak het in een beetje olie.
olijfA1
aceituna
Wil je olijven bij de borrel?
omaA1
abuela
Mijn oma is tachtig jaar.
omdatA1
porque
Ik kom niet, omdat ik moet werken.
omleidingB1
desvío
Er is een omleiding vanwege wegwerkzaamheden.
onderA1
debajo
De doos staat onder het bed.
onderhandelenB1
negociar
We onderhandelen nog over de prijs.
onderhoudA2
mantenimiento
Het onderhoud van de tuin kost tijd.
ondertekenenA2
firmar
Onderteken het contract onderaan.
onderwerpA2
tema
Dat is een moeilijk onderwerp.
onderzoekB1
examen, estudio
Het onderzoek liet niets bijzonders zien.
onderzoeksuitslagB1
resultado del examen
De onderzoeksuitslag komt over een week.
ongeduldigA2
impaciente
Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.
ongerustA2
preocupado
Ik was ongerust toen je niet belde.
ongeveerA2
aproximadamente
Het duurt ongeveer een uur.
onrustigA2
inquieto
Ik sliep onrustig voor het examen.
ontbijtA2
desayuno
Ik sla het ontbijt nooit over.
ontbijtenA2
desayunar
Wij ontbijten om zeven uur.
ontdekkenA2
descubrir
Ik ontdekte een fout in het formulier.
onthoudenA2
recordar, memorizar
Ik kan die naam nooit onthouden.
ontmoetenA2
conocer, encontrarse con
Ik heb haar op een cursus ontmoet.
ontmoetingsplekB1
lugar de encuentro
Het buurthuis is een belangrijke ontmoetingsplek.
ontslaanA2
despedir
Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

