Vocabulario
2916 palabras · página 43 de 117
instappenA2separable
stapte in · zijn ingestapt
subir (a un vehículo)
U kunt achterin instappen.
de instellingB1
institución; ajuste
Hij woont in een instelling voor mensen met een beperking.
instemmenB1separable
stemde in · hebben ingestemd
estar de acuerdo
De meerderheid stemde met het voorstel in.
het instituutB1
instituto
Zij werkt als onderzoeker bij een instituut voor gezondheid.
de instructieB1
instrucción
Lees de instructie voordat je de machine gebruikt.
de integratiecursusB1
curso de integración
Hij volgt een integratiecursus bij de gemeente.
interessantA2
interesante
Ik vond de les over de geschiedenis van Nederland interessant.
de interesseB1
interés (afición)
Zij heeft veel interesse in geschiedenis.
zich interesserenB1reflexivo
interesseerde · hebben geïnteresseerd
interesarse por
Hij interesseert zich voor geschiedenis.
internationaalB1
internacional
Op onze school zitten veel internationale studenten.
het interviewA2
entrevista
Het interview duurde een half uur.
de invloedA2
influencia
Sociale media hebben veel invloed op jongeren.
invullenA2separable
vulde in · hebben ingevuld
rellenar
Vul het formulier volledig in.
inwerkenB1separable
werkte in · hebben ingewerkt
formar (a un nuevo empleado)
Een collega werkt je de eerste week in.
de inwonerB1
habitante
Elke inwoner van de gemeente mag meedoen aan de enquête.
inzamelenB1separable
zamelde in · hebben ingezameld
recoger, recaudar
De gemeente komt op dinsdag het oud papier inzamelen.
de inzetB1
dedicación
Zijn inzet voor het project was groot.
zich inzettenB1separablereflexivo
zette in · hebben ingezet
esforzarse por, comprometerse con
Zij zet zich in voor de buurt.
de isolatieA2
aislamiento (térmico)
Betere isolatie verlaagt de energierekening.
jaA1
sí
Ja, ik kom morgen graag naar je feest.
het jaarA1
año
Een jaar heeft twaalf maanden.
jaarlijksA1
anualmente
Er is jaarlijks een buurtfeest.
de jaaropgaveB1
certificado anual de ingresos
Bewaar je jaaropgave voor de belastingaangifte.
jaloersA2
celoso, envidioso
Hij is een beetje jaloers op zijn broer.
de jamA1
mermelada
Ik eet brood met jam.

