Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
1493 palabras · página 42 de 60
smaakA2
sabor
De smaak is een beetje zoet.
snackA2
tentempié
Neem een gezonde snack mee.
sneeuwB1
nieve
In Nederland valt weinig sneeuw.
snelheidslimietB1
límite de velocidad
Binnen de bebouwde kom geldt een snelheidslimiet van 30.
snelwegA2
autopista
Op de snelweg mag je honderd.
snijplankA2
tabla de cortar
Snijd de groente op de snijplank.
snoepA1
dulces
Kinderen eten te veel snoep.
soepA1
sopa
De soep is nog te heet.
sokA1
calcetín
Ik kan mijn sokken niet vinden.
sollicitatieA2
solicitud de empleo
Mijn sollicitatie is afgewezen.
sollicitatiebriefB1
carta de presentación
Schrijf een korte, duidelijke sollicitatiebrief.
sollicitatiegesprekA2
entrevista de trabajo
Ik heb morgen een sollicitatiegesprek.
somberA2
sombrío, decaído
In november voel ik me vaak somber.
sommigeA1
algunos
Sommige winkels zijn zondag open.
spaardoelB1
objetivo de ahorro
Mijn spaardoel is een eigen woning.
spaargeldA2
ahorros
We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.
spaarplanB1
plan de ahorro
Ik heb een spaarplan voor de studie van mijn kinderen.
spaarpotA2
hucha
De kinderen sparen in een spaarpot.
spaarrekeningB1
cuenta de ahorro
Het geld staat op een spaarrekening.
spaarrenteB1
interés del ahorro
De spaarrente is eindelijk weer gestegen.
spaartegoedB1
saldo de ahorro
Mijn spaartegoed groeit langzaam.
specialistB1
especialista
De huisarts verwees mij naar een specialist.
speeltuinB1
parque infantil
De kinderen spelen in de speeltuin.
spelletjeB1
juego
Zullen we een spelletje doen?
spelregelB1
regla del juego
Leg de spelregels eerst uit.

