Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

1230 palabras · página 41 de 50

  • uitgevenA2

    gastar

    Ik geef te veel geld uit aan eten.

  • uitkomenA2

    venir bien

    Komt dinsdag jou goed uit?

  • uitspraakA2

    pronunciación

    Je uitspraak is al veel beter.

  • uitstappenA2

    bajar (de un vehículo)

    Bij welke halte moet ik uitstappen?

  • uitverkochtA2

    agotado

    Die maat is helaas uitverkocht.

  • uitverkoopA2

    rebajas

    In januari is er uitverkoop.

  • uitzoekenA2

    averiguar

    Ik zoek uit wat de regels precies zijn.

  • uniformA2

    uniforme

    Op dit werk draag je een uniform.

  • uurA1

    hora

    De les duurt één uur.

  • vaakA1

    a menudo

    Ik ga vaak met de fiets.

  • vaderA1

    padre

    Mijn vader kookt heel goed.

  • vakantieaanvraagA2

    solicitud de vacaciones

    Doe je vakantieaanvraag op tijd.

  • vakantiedagenA2

    días de vacaciones

    Ik heb nog tien vakantiedagen over.

  • vallenA1

    caer

    Pas op, je valt bijna.

  • vanA1

    de

    Dit is de fiets van mijn broer.

  • vanavondA1

    esta noche

    Vanavond blijf ik thuis.

  • vandaagA1

    hoy

    Vandaag is het mooi weer.

  • vanmiddagA1

    esta tarde

    Vanmiddag heb ik een afspraak.

  • vanmorgenA1

    esta mañana

    Vanmorgen was het erg koud.

  • veelA1

    mucho

    Er zijn veel mensen buiten.

  • veerbootA2

    ferry

    De veerboot vertrekt elk half uur.

  • veertigA1

    cuarenta

    Hier mag je veertig rijden.

  • vegetarischA2

    vegetariano

    Hebben jullie ook vegetarische gerechten?

  • veiligA2

    seguro

    Werk altijd veilig met deze machine.

  • vensterbankA1

    alféizar

    Op de vensterbank staan planten.