Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
4140 palabras · página 40 de 166
erfbelastingB2
impuesto de sucesiones
Over de erfenis moet erfbelasting betaald worden.
erfenisB2
herencia
De erfenis werd onder drie kinderen verdeeld.
erfgoedB2
patrimonio
De molens horen bij ons cultureel erfgoed.
erfpachtB2
derecho de superficie
In Amsterdam staat veel grond in erfpacht.
ergernisB2
fastidio
De vertragingen wekken veel ergernis.
ergotherapeutB2
terapeuta ocupacional
De ergotherapeut past de woning aan.
erkenningB2
reconocimiento
Zij zocht vooral erkenning voor haar inzet.
ervaringA2
experiencia
Voor deze functie is ervaring nodig.
erwtA1
guisante
Erwtensoep is een Nederlands wintergerecht.
escalatieB2
escalado del problema
Bij escalatie ga je naar de directie.
essentieB2
esencia
Dat is niet de essentie van het probleem.
etenA1
comida
Nederlands eten is soms heel simpel.
ethiekB2
ética
De ethiek van dit onderzoek is omstreden.
etiketA2
etiqueta
Kijk even op het etiket.
eufemismeB2
eufemismo
'Reorganisatie' is vaak een eufemisme voor ontslagen.
euforieB2
euforia
Na de overwinning heerste er euforie.
euroB2
euro
De euro is in twintig landen betaalmiddel.
europarlementB2
Parlamento Europeo
Het europarlement stemde tegen het voorstel.
eurozoneB2
eurozona
Niet elk EU-land hoort bij de eurozone.
evacuatieplanB2
plan de evacuación
Het evacuatieplan wordt jaarlijks geoefend.
evaluatieB1
evaluación
Na het project volgt een evaluatie.
evenementB1
evento
Het evenement trekt duizenden bezoekers.
evenwelB2
no obstante (formal)
De opzet is helder; de uitwerking evenwel niet.
evenwichtsgevoelB2
sentido del equilibrio
Haar evenwichtsgevoel is verstoord.
examenB1
examen
Het examen is over twee weken.

