Vocabulario
1230 palabras · página 4 de 50
beenA1
pierna
Hij heeft zijn been gebroken.
beginnenA2
empezar
De les begint om negen uur.
belA1
timbre
De bel doet het niet.
belangrijkA1
importante
Dit is een belangrijke brief.
belastingA2
impuesto
Je moet elk jaar belasting aangeven.
benzineA2
gasolina
De benzine is weer duurder geworden.
bepalenA2
determinar
Jij mag bepalen waar we eten.
bereidenA2
preparar
Dit gerecht is makkelijk te bereiden.
bereidingstijdA2
tiempo de preparación
De bereidingstijd is twintig minuten.
bereikenA2
alcanzar; contactar
Je kunt mij het beste per mail bereiken.
bergruimteA2
espacio de almacenaje
Er is weinig bergruimte in dit appartement.
beroepA2
profesión
Wat is uw beroep?
beschikbaarA2
disponible
Er is nog één plaats beschikbaar.
besluitenA2
decidir
We hebben besloten te verhuizen.
bestaanA2
existir
Zo'n regel bestaat hier niet.
bestellenA2
pedir
Zullen we pizza bestellen?
bestellingA2
pedido
Uw bestelling is onderweg.
bestemmingA2
destino
Wat is uw eindbestemming?
betaalbaarA2
asequible
Een betaalbare woning is moeilijk te vinden.
betaalmethodeA2
método de pago
Welke betaalmethode gebruikt u?
betalenA2
pagar
Kan ik met pin betalen?
betalingA2
pago
De betaling is nog niet binnen.
betekenenA2
significar
Wat betekent dit woord?
beterA1
mejor
Ik voel me vandaag al beter.
beterschapA2
que te mejores
Beterschap, hopelijk voel je je snel beter!

