Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

217 palabras · página 4 de 9

  • grijsA1

    gris

    De lucht is vandaag grijs.

  • groenA1

    verde

    Het licht is groen, je mag gaan.

  • grootA1

    grande

    Zij wonen in een groot huis.

  • halfA1

    medio

    Het is half acht.

  • handigA1

    práctico

    Dat is een handige app.

  • hardA1

    duro; fuerte

    Het bed is te hard.

  • heerlijkA2

    delicioso

    De soep van mijn moeder smaakt heerlijk.

  • hoogA1

    alto

    Dat gebouw is heel hoog.

  • houdbaarA2

    que se conserva

    De melk is nog twee dagen houdbaar.

  • interessantA2

    interesante

    Ik vond de les over de geschiedenis van Nederland interessant.

  • jaloersA2

    celoso, envidioso

    Hij is een beetje jaloers op zijn broer.

  • jammerA2

    qué pena, lástima

    Wat jammer dat je niet naar het feest kunt komen.

  • jarigA1

    que cumple años

    Mijn zoon is vandaag jarig.

  • jongA1

    joven

    Zij is nog heel jong.

  • kapotA2

    roto, estropeado

    Mijn telefoon is kapot, het scherm doet niets meer.

  • klaarA1

    listo

    Het eten is klaar.

  • kleinA1

    pequeño

    Mijn kamer is klein maar gezellig.

  • kortA1

    corto

    Het was maar een korte pauze.

  • koudA1

    frío

    Het eten is koud geworden.

  • kritischA2

    crítico

    Lees de tekst kritisch.

  • kwaadA2

    enojado

    Hij werd kwaad om die opmerking.

  • kwijtA2

    perdido (he perdido)

    Ik ben mijn portemonnee kwijt, heb jij hem gezien?

  • laagA1

    bajo

    De prijs is nu laag.


    de laag

    capa

    Er ligt een dikke laag sneeuw op straat.

  • laatA1

    tarde

    Sorry dat ik te laat ben.

  • laatsteA1

    último

    Dit is de laatste bus.