Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4140 palabras · página 39 de 166

  • empathischB2

    empático

    Zij is een empathisch leidinggevende.

  • encyclopedieB2

    enciclopedia

    Vroeger stond de encyclopedie in de kast.

  • energieB2

    energía

    De prijzen voor energie zijn gestegen.

  • energiearmoedeB2

    pobreza energética

    Energiearmoede treft vooral oude woningen.

  • energiebeleidB2

    política energética

    Het energiebeleid is de laatste jaren omgegooid.

  • energiebesparingB2

    ahorro energético

    Isolatie levert veel energiebesparing op.

  • energiebronB2

    fuente de energía

    Zon is een onuitputtelijke energiebron.

  • energiecontractB2

    contrato de energía

    Mijn energiecontract loopt in juni af.

  • energiekostenB1

    gastos de energía

    De energiekosten zijn een groot deel van mijn budget.

  • energielabelA2

    certificado energético

    Dit huis heeft energielabel C.

  • energiemixB2

    mix energético

    De energiemix bestaat nog grotendeels uit gas.

  • energieopslagB2

    almacenamiento de energía

    Energieopslag is de zwakke schakel.

  • energieopwekkingB2

    generación de energía

    Energieopwekking uit wind groeit snel.

  • energierekeningB1

    factura de la luz

    Mijn energierekening is verdubbeld.

  • energietransitieB2

    transición energética

    De energietransitie kost tijd en geld.

  • energieverbruikB2

    consumo energético

    Het energieverbruik van dit huis is laag.

  • energiezekerheidB2

    seguridad energética

    Energiezekerheid is een strategisch belang geworden.

  • enigszinsB2

    algo, un tanto

    Ik ben enigszins verbaasd.

  • enkelA1

    tobillo

    Ik heb mijn enkel verzwikt.

  • enquêteresultaatB2

    resultado de la encuesta

    De enquêteresultaten worden morgen gepubliceerd.

  • enthousiasmeB2

    entusiasmo

    Ze begon vol enthousiasme aan het project.

  • entreekaartB1

    entrada

    De entreekaart kost twaalf euro.

  • envelopA1

    sobre

    Doe de brief in een envelop.

  • epidemieB2

    epidemia

    Tijdens de epidemie werkten veel mensen thuis.

  • epidemioloogB2

    epidemiólogo

    De epidemioloog legde de cijfers uit.