Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
1493 palabras · página 36 de 60
planA2
plan
Wat is het plan voor morgen?
plantA1
planta
Vergeet de planten niet water te geven.
plattelandB1
campo (zona rural)
Op het platteland is het veel rustiger.
pleinA1
plaza
Op het plein is elke week markt.
ploegendienstA2
trabajo por turnos
Hij werkt in ploegendienst.
plotselingA2
de repente
Plotseling begon het te regenen.
poldergebiedB1
zona de pólder
Dit poldergebied ligt onder zeeniveau.
polsA1
muñeca
Ik heb mijn pols verstuikt.
portemonneeA1
cartera
Mijn portemonnee zit in mijn tas.
portieA2
ración
Dat is een grote portie.
postzegelA1
sello
Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.
preciesA2
exactamente
Wat bedoel je precies?
preiA1
puerro
Doe wat prei in de soep.
presentatieB1
presentación
Ik moet een presentatie geven.
prijsA2
precio
De prijs staat op het etiket.
prijsafspraakB1
acuerdo de precio
We hebben vooraf een prijsafspraak gemaakt.
prijsindicatieB1
precio orientativo
Kunt u een prijsindicatie geven?
prijskaartjeA2
etiqueta de precio
Er zit geen prijskaartje op.
prijslijstA2
lista de precios
De prijslijst hangt bij de ingang.
prijsvergelijkingA2
comparación de precios
Doe eerst een prijsvergelijking online.
prijsverhogingA2
subida de precio
Er komt een prijsverhoging van vijf procent.
prijsverschilA2
diferencia de precio
Het prijsverschil tussen beide winkels is groot.
prikA2
pinchazo
De prik deed nauwelijks pijn.
prioriteitB1
prioridad
Dit project heeft de hoogste prioriteit.
probleemA2
problema
We hebben een klein probleem.

