Vocabulario
2767 palabras · página 34 de 111
de groepA1
grupo
De groep vertrekt om negen uur met de bus.
de groepslesA2
clase en grupo
Een groepsles is goedkoper dan privéles.
de groetB1
saludo
Ik eindig mijn e-mail altijd met een vriendelijke groet.
groetenA2
groette · hebben gegroet
saludar
Groet je buren als je ze tegenkomt.
de grondB1
suelo, tierra
De grond is nat na al die regen.
het grondwaterB1
agua subterránea
Het grondwater staat hier hoog.
de grondwetA2
constitución
Dat recht staat in de grondwet.
grootA1
grande
Zij wonen in een groot huis.
de grootmoederA2
abuela (formal)
Mijn grootmoeder is geboren in een dorp in Friesland.
de grootvaderA2
abuelo (formal)
Mijn grootvader werkte vroeger als visser op zee.
het haarA1
pelo
Zij heeft lang haar.
su (de ella)
Anna zoekt haar sleutels in haar tas.
de haastA2
prisa
Ik heb haast, want mijn bus vertrekt zo.
zich haastenB1reflexivo
haastte · hebben gehaast
darse prisa
Je hoeft je niet te haasten, we hebben tijd.
haastigB1
apresurado
Hij at haastig zijn brood en rende naar buiten.
de hagelslagA1
fideos de chocolate
Nederlandse kinderen eten hagelslag op brood.
halenA1
haalde · hebben gehaald
ir a buscar
Ik haal even brood.
halfA1
medio
Het is half acht.
halloA1
hola; ¿diga?
Hallo, hoe gaat het?
de halteA2
parada
De halte is om de hoek.
de hamA1
jamón
Ik neem een boterham met ham.
de handA1
mano
Was je handen voor het eten.
de handdoekA1
toalla
De handdoek hangt in de badkamer.
de handelB1
comercio
De haven van Rotterdam is belangrijk voor de handel.
handigA1
práctico
Dat is een handige app.
de handtekeningA2
firma, rúbrica
Zet hier onderaan het formulier uw handtekening.

