Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
1493 palabras · página 30 de 60
medicijnkuurB1
tratamiento farmacológico
Maak de medicijnkuur helemaal af.
medicijnvoorschriftB1
receta médica
Zonder medicijnvoorschrift krijg je dit niet.
meelA1
harina
Voor dit recept heb je meel nodig.
meerA1
más
Ik heb meer tijd nodig.
meesteA1
la mayoría
De meeste mensen komen met de fiets.
meiA1
mayo
Mijn verjaardag is in mei.
meisjeA1
chica
Het meisje speelt buiten.
meldpuntB1
punto de denuncia
Er is een meldpunt voor discriminatie.
melkA1
leche
Wil je melk in je koffie?
meningB1
opinión
Wat is jouw mening hierover?
mensA1
persona
Hij is een aardig mens.
mensenA1
gente
Er waren veel mensen op het feest.
merkA2
marca
Welk merk koop jij meestal?
mesA1
cuchillo
Dit mes is niet scherp.
metroA2
metro
In Amsterdam kun je met de metro.
meubelsA2
muebles
We hebben nieuwe meubels gekocht.
middagA1
tarde
We eten om twaalf uur 's middags.
middernachtA1
medianoche
De trein rijdt tot middernacht.
milieumaatregelB1
medida ambiental
De gemeente neemt nieuwe milieumaatregelen.
milieuzoneB1
zona de bajas emisiones
Oude auto's mogen de milieuzone niet in.
minderA1
menos
Ik werk nu minder uren.
minimumloonA2
salario mínimo
Hij verdient het minimumloon.
minuutA1
minuto
Wacht even, nog één minuut.
mistB1
niebla
Door de mist reden de auto's langzaam.
misverstandB1
malentendido
Het was gewoon een misverstand.

