Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

612 palabras · página 3 de 25

  • briefA1

    carta

    Ik heb een brief van de gemeente gekregen.

  • brievenbusA1

    buzón

    Er zit post in de brievenbus.

  • brilA1

    gafas

    Zonder bril zie ik niets.

  • broekA1

    pantalón

    Deze broek is te lang.

  • broerA1

    hermano

    Mijn broer woont in België.

  • broodA1

    pan

    Ik eet elke ochtend brood.

  • bruinA1

    marrón

    Ik eet liever bruin brood.

  • buikA1

    barriga

    Ik heb buikpijn.

  • buitenlampA1

    luz exterior

    De buitenlamp gaat automatisch aan.

  • buurmanA1

    vecino

    De buurman helpt ons vaak.

  • buurvrouwA1

    vecina

    De buurvrouw past op de kinderen.

  • champignonA1

    champiñón

    In de saus zitten champignons.

  • chocoladeA1

    chocolate

    Zij houdt van donkere chocolade.

  • citroenA1

    limón

    Doe wat citroen in het water.

  • computerA1

    ordenador

    Mijn computer is heel langzaam.

  • daarA1

    allí

    Daar staat mijn fiets.

  • dagA1

    día

    Elke dag ga ik naar mijn werk.

  • dagelijksA1

    diariamente

    Ik oefen dagelijks een half uur.

  • danA1

    entonces, luego

    Eerst eten, dan afwassen.

  • dankjewelA1

    gracias

    Dankjewel voor je hulp.

  • datumA1

    fecha

    Wat is de datum van vandaag?

  • decemberA1

    diciembre

    In december zijn er veel feestdagen.

  • dekbedA1

    edredón

    In de winter gebruik ik een dik dekbed.

  • delenA1

    compartir, dividir

    We delen de kosten samen.

  • denkenA1

    pensar

    Ik denk dat het goed komt.