Vocabulario
796 palabras · página 3 de 32
bellenA1
belde · hebben gebeld
llamar (por teléfono)
Ik bel je vanavond na het eten.
bepalenA1
bepaalde · hebben bepaald
determinar
Jij mag bepalen waar we eten.
bereikenA1
bereikte · hebben bereikt
alcanzar; contactar
Je kunt mij het beste per mail bereiken.
het berichtA1
mensaje
Ik stuur je straks een bericht.
bestaanA1irregular
bestond · bestonden · hebben bestaan
existir
Zo'n regel bestaat hier niet.
betalenA1
betaalde · hebben betaald
pagar
Kan ik met pin betalen?
betekenenA1
betekende · hebben betekend
significar
Wat betekent dit woord?
beterA1
mejor
Ik voel me vandaag al beter.
de bezemA1
escoba
Pak even de bezem.
bezetA1
ocupado
Deze plaats is bezet.
bezigA1
ocupado (haciendo algo)
Ik ben nu even bezig.
het bezoekA1
visita
We krijgen vanavond bezoek.
bijA1
en casa de, cerca de
Ik ben bij de dokter.
bijnaA1
casi
Ik ben bijna klaar.
bijvoorbeeldA1
por ejemplo
Neem bijvoorbeeld de bus van acht uur.
binnenA1
dentro
Kom binnen, het is koud buiten.
blauwA1
azul
De lucht is vandaag blauw.
blijA1
contento
Ik ben blij met het resultaat.
blijvenA1irregular
bleef · bleven · zijn gebleven
quedarse
Blijf je vanavond eten?
de bloemkoolA1
coliflor
Vanavond eten we bloemkool.
het boekA1
libro
Ik lees elke avond een boek.
de boonA1
judía
Er staan bonen op het menu.
het bordA1
plato
Zet de borden op tafel.
cartel, señal
Op het bord staat dat je hier niet mag parkeren.
de borstA1
pecho
Hij voelt pijn op zijn borst.
de boterA1
mantequilla
Doe wat boter op je brood.

