Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
113 palabras · página 3 de 5
lelijkA1
feo
Dat gebouw vind ik lelijk.
leukA1
agradable, divertido
Dat was een leuke avond.
makkelijkA1
fácil
Deze oefening is makkelijk.
medischB1
médico
Er is geen medische reden voor.
milieubewustB1
concienciado con el medio ambiente
Zij leeft heel milieubewust.
milieuvriendelijkB1
ecológico
Dit schoonmaakmiddel is milieuvriendelijk.
misselijkA2
con náuseas
Ik voel me een beetje misselijk.
moeA1
cansado
Ik ben vandaag heel moe.
moedigA2
valiente
Dat was een moedige beslissing.
moeilijkA1
difícil
Nederlands is soms moeilijk.
mooiA1
bonito
Wat een mooie foto!
nauwkeurigB1
preciso, meticuloso
Dit werk moet nauwkeurig gebeuren.
nieuwA1
nuevo
Ik heb een nieuwe telefoon.
nieuwsgierigA2
curioso
Ik ben nieuwsgierig naar het resultaat.
nodigA2
necesario
Ik heb je hulp nodig.
normaalA2
normal
Dat is hier heel normaal.
ongeduldigA2
impaciente
Ze wachtte ongeduldig op het antwoord.
ongerustA2
preocupado
Ik was ongerust toen je niet belde.
onrustigA2
inquieto
Ik sliep onrustig voor het examen.
openA1
abierto
De winkel is nog open.
openbaarB1
público
De vergadering is openbaar.
opgeluchtA2
aliviado
Ik was opgelucht toen het voorbij was.
opgewektA2
alegre
Ze is meestal heel opgewekt.
paarsA1
morado
De bloemen in de tuin zijn paars.
pijnlijkA2
doloroso
De behandeling is niet pijnlijk.

