Vocabulario
2767 palabras · página 28 de 111
de flexibiliteitB1
flexibilidad
De baan vraagt veel flexibiliteit.
flinkB1
considerable; mucho
Het heeft vannacht in de hele regio flink geregend.
de formuleringB1
formulación
Let op de formulering van je brief.
het formulierB1
formulario
Vul dit formulier volledig in.
de fotoA1
foto
Dit is een foto van mijn familie.
fotograferenB1
fotografeerde · hebben gefotografeerd
fotografiar
Zij fotografeert graag oude gebouwen.
de foutA1
error; incorrecto
Ik heb een fout gemaakt.
het fruitA2
fruta
Op mijn werk staat altijd fruit.
de functieA2
puesto
In welke functie werk je?
het functiegesprekB1
entrevista de desempeño
Volgende week heb ik mijn functiegesprek.
de functieomschrijvingB1
descripción del puesto
Lees de functieomschrijving goed door.
het functieprofielB1
perfil del puesto
Het functieprofiel staat in de vacature.
de functietitelA2
título del puesto
Wat is je functietitel precies?
de functiewijzigingB1
cambio de puesto
Na de functiewijziging kreeg hij andere taken.
functionerenB1
functioneerde · hebben gefunctioneerd
desempeñarse
Hij functioneert goed in het team.
gaanA1irregular
ging · gingen · zijn gegaan
ir
Ik ga morgen naar Amsterdam.
gamenA2
gamede · hebben gegamed
jugar a videojuegos
Mijn broer gamet elke avond tot laat.
de gangA1
pasillo
Zet je schoenen in de gang.
de garageA1
garaje
De fiets staat in de garage.
de garantieA2
garantía
Er zit twee jaar garantie op.
de gastA2
invitado
Op ons feest waren meer dan vijftig gasten.
de gastheerB1
anfitrión
Hij was een uitstekende gastheer.
gastvrijB1
hospitalario
Zij zijn heel gastvrij voor bezoek.
het gatA2
agujero
Er zit een gat in mijn sok.
gauwA1
pronto
Tot gauw!

