Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

2021 palabras · página 27 de 81

  • honingA1

    miel

    Doe wat honing in je thee.

  • hoofdA1

    cabeza

    Mijn hoofd doet pijn.

  • hoofdgerechtA2

    plato principal

    Het hoofdgerecht was vis met groente.

  • hoofdpijnA2

    dolor de cabeza

    Ik heb de hele dag hoofdpijn.

  • hoogA1

    alto

    Dat gebouw is heel hoog.

  • hoogwaterB1

    marea alta

    Bij hoogwater staan de dijken onder druk.

  • hopenA1

    esperar (desear)

    Ik hoop dat het lukt.

  • horenA1

    oír

    Ik hoor je niet goed.

  • horlogeA1

    reloj de pulsera

    Mijn horloge loopt achter.

  • houdbaarA2

    que se conserva

    De melk is nog twee dagen houdbaar.

  • houdbaarheidsdatumA2

    fecha de caducidad

    Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.

  • houdenA1

    sostener; gustar (van)

    Ik houd van koffie.

  • huidA1

    piel

    Bescherm je huid tegen de zon.

  • huilenA1

    llorar

    De baby huilt de hele nacht.

  • huisA1

    casa

    Ik woon in een klein huis.

  • huisapotheekA2

    botiquín doméstico

    Zorg voor een goede huisapotheek.

  • huisartsB1

    médico de cabecera

    Je gaat eerst naar de huisarts.

  • huisartsassistenteA2

    auxiliar del médico de cabecera

    De huisartsassistente maakt de afspraak.

  • huisartsenpostA2

    servicio de urgencias de atención primaria

    's Avonds belt u de huisartsenpost.

  • huisbaasA2

    casero

    Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.

  • huisgenootA1

    compañero de piso

    Mijn huisgenoot kookt vanavond.

  • huisregelsA2

    normas de la casa

    Lees de huisregels van het gebouw.

  • huisvestingB1

    alojamiento

    De huisvesting van studenten is een probleem.

  • huiswerkB1

    deberes

    Ik maak mijn huiswerk 's avonds.

  • hulpA2

    ayuda

    Bedankt voor je hulp.