Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 26 de 202
boerB2
agricultor, granjero
De boer verkoopt zijn melk aan de fabriek.
boerderijwinkelB2
tienda de la granja
In de boerderijwinkel koop je rechtstreeks bij de boer.
boeteB1
multa
Ik heb een boete gekregen voor te hard rijden.
boetebeleidB2
política de multas
Het boetebeleid werkt niet bij iedereen.
boeteclausuleB2
cláusula penal
In het contract staat een boeteclausule.
bonA2
recibo
Bewaar de bon voor de garantie.
bondgenootschapB2
alianza
Het bondgenootschap bestaat uit dertig landen.
bonuskaartB2
tarjeta de fidelidad
Met de bonuskaart krijg je korting.
bonusregelingB2
sistema de bonificaciones
De bonusregeling geldt alleen voor verkopers.
boodschapB2
mensaje
De boodschap van de campagne is duidelijk.
boodschapoverdrachtB2
transmisión del mensaje
De boodschapoverdracht was niet helder genoeg.
boodschappenA2
compras (de comida)
Ik doe zaterdag boodschappen.
boodschappenlijstjeA2
lista de la compra
Ik maak altijd een boodschappenlijstje.
boodschappentasA2
bolsa de la compra
Neem je eigen boodschappentas mee.
boomB1
árbol
Voor het huis staat een grote boom.
boomsoortB1
especie de árbol
Welke boomsoort groeit hier het beste?
boonA1
judía
Er staan bonen op het menu.
boormachineB2
taladro
Mag ik je boormachine even lenen?
boosA2
enfadado
Hij was boos op zijn collega.
bordA1
plato
Zet de borden op tafel.
borgA2
fianza
De borg krijg je later terug.
borgsomB2
fianza
De borgsom krijg je terug bij vertrek.
borrelB2
copas informales
Na het werk is er een borrel.
borstA1
pecho
Hij voelt pijn op zijn borst.
borstvoedingB2
lactancia materna
Zij geeft de eerste maanden borstvoeding.

