Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
1493 palabras · página 25 de 60
klerenA1
ropa
Ik koop nieuwe kleren.
kleurA1
color
Welke kleur vind je mooi?
klimaatgevolgB1
consecuencia climática
De klimaatgevolgen zijn hier al zichtbaar.
klimaatverschilB1
diferencia climática
Het klimaatverschil met mijn land is groot.
klimaatzoneB1
zona climática
Nederland ligt in een gematigde klimaatzone.
klokA1
reloj
De klok in de keuken loopt voor.
knieA1
rodilla
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
koekA1
galleta
Bij de koffie krijg je een koekje.
koelkastA1
nevera
De melk staat in de koelkast.
kofferA2
maleta
Mijn koffer is te zwaar.
koffieA1
café
Zullen we een kopje koffie drinken?
komkommerA1
pepino
Snijd de komkommer in plakjes.
kookboekA2
libro de cocina
Dit recept staat in mijn kookboek.
koolA1
col
In de winter eten we vaak kool.
koopjeA2
ganga
Die jas was echt een koopje.
koortsA2
fiebre
Het kind heeft koorts.
kopjeA1
taza
Wil je een kopje thee?
kortingA2
descuento
Er is deze week korting op groente.
kortingsactieA2
promoción de descuento
Er loopt een kortingsactie tot zondag.
kortingsbonA2
cupón de descuento
Ik heb nog een kortingsbon.
kortingscodeA2
código de descuento
Vul de kortingscode in bij het afrekenen.
kortingskaartA2
tarjeta de descuento
Met een kortingskaart reis je goedkoper.
kostenA2
costes
De kosten vallen mee.
kostenbewustB1
consciente del gasto
Wij leven kostenbewust sinds de prijzen stegen.
kostendelingB1
reparto de gastos
We spraken kostendeling af voor de reis.

