Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

804 palabras · página 25 de 33

  • sommigeA1

    algunos

    Sommige winkels zijn zondag open.

  • spaargeldA2

    ahorros

    We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.

  • spaarpotA2

    hucha

    De kinderen sparen in een spaarpot.

  • spiegelA1

    espejo

    Er hangt een spiegel in de gang.

  • spierA1

    músculo

    Na het sporten doen mijn spieren pijn.

  • spinazieA1

    espinaca

    Spinazie zit vol ijzer.

  • spoedA2

    urgencia

    Bij spoed belt u dit nummer.

  • spreekuurA2

    horas de consulta

    Het spreekuur is van negen tot elf.

  • spullenA1

    cosas

    Neem je spullen mee.

  • stadA1

    ciudad

    Amsterdam is een grote stad.

  • statiegeldA2

    depósito de envase

    Op flessen zit statiegeld.

  • stationA2

    estación

    Het station is vlak bij mijn huis.

  • stiefmoederA1

    madrastra

    Zijn stiefmoeder woont bij hen in huis.

  • stilA1

    silencioso

    Wees even stil, alsjeblieft.

  • stoelA1

    silla

    Neem een stoel en ga zitten.

  • stoepA2

    acera

    Loop op de stoep, niet op het fietspad.

  • stofzuigerA2

    aspiradora

    Waar staat de stofzuiger?

  • stopcontactA1

    enchufe

    Er is hier geen stopcontact.

  • storingA2

    avería

    Er is een storing in de verwarming.

  • stortingA2

    ingreso (bancario)

    De storting is nog niet zichtbaar op mijn rekening.

  • straatA1

    calle

    Ik woon in een rustige straat.

  • stroopwafelA1

    gofre de sirope

    Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.

  • stukA1

    trozo

    Wil je een stuk taart?

  • suikerA2

    azúcar

    Ik doe geen suiker in mijn thee.

  • supermarktA2

    supermercado

    De supermarkt is tot tien uur open.