Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

804 palabras · página 24 de 33

  • secondeA1

    segundo

    Wacht één seconde.

  • septemberA1

    septiembre

    De school begint weer in september.

  • servetA2

    servilleta

    Er liggen servetten op tafel.

  • servicekostenA2

    gastos de comunidad

    De servicekosten komen boven op de huur.

  • shirtA1

    camisa

    Hij draagt een wit shirt.

  • sinaasappelA1

    naranja

    Ik pers elke ochtend een sinaasappel.

  • situatieA2

    situación

    Leg de situatie even uit.

  • slaA1

    lechuga

    Er ligt sla in de koelkast.

  • slaapA1

    sueño

    Ik heb te weinig slaap gehad.

  • slaapgebrekA2

    falta de sueño

    Door slaapgebrek kan ik me slecht concentreren.

  • slaapkamerA1

    dormitorio

    Wij hebben twee slaapkamers.

  • slagerA2

    carnicería

    Bij de slager is het vlees beter.

  • slechtA1

    malo

    Het weer is vandaag slecht.

  • sleutelA2

    llave

    Ik ben mijn sleutel kwijt.

  • sleutelbosA1

    manojo de llaves

    Mijn sleutelbos ligt op de kast.

  • smaakA2

    sabor

    De smaak is een beetje zoet.

  • snackA2

    tentempié

    Neem een gezonde snack mee.

  • snelwegA2

    autopista

    Op de snelweg mag je honderd.

  • snijplankA2

    tabla de cortar

    Snijd de groente op de snijplank.

  • snoepA1

    dulces

    Kinderen eten te veel snoep.

  • soepA1

    sopa

    De soep is nog te heet.

  • sokA1

    calcetín

    Ik kan mijn sokken niet vinden.

  • sollicitatieA2

    solicitud de empleo

    Mijn sollicitatie is afgewezen.

  • sollicitatiegesprekA2

    entrevista de trabajo

    Ik heb morgen een sollicitatiegesprek.

  • somberA2

    sombrío, decaído

    In november voel ik me vaak somber.