Vocabulario
1756 palabras · página 23 de 71
de herfstA1
otoño
In de herfst waait het vaak hard.
de herhalingA2
repaso
Volgende week is er een herhaling van de grammatica.
zich herinnerenA2reflexivo
herinnerde · hebben herinnerd
recordar
Ik herinner me haar naam niet meer.
herkennenA2
herkende · hebben herkend
reconocer (identificar)
Ik herkende hem meteen.
de hersenenA1
cerebro
Slaap is belangrijk voor je hersenen.
het herstelA2
recuperación
Beterschap en een goed herstel!
hetenA1irregular
heette · heetten · hebben geheten
llamarse
Hoe heet jij?
de heupA1
cadera
Mijn oma heeft een nieuwe heup.
hierA1
aquí
Ik woon hier al drie jaar.
hoeA1
cómo
Hoe gaat het met je?
de hoedA2
sombrero
In de zon draagt mijn opa altijd een hoed.
de hoekA1
esquina
De bakker zit om de hoek.
hoelangA1
cuánto tiempo
Hoelang woon je al in Nederland?
de hoestdrankA2
jarabe para la tos
Neem 's avonds wat hoestdrank.
hoestenA2
hoestte · hebben gehoest
toser
Het kind hoest de hele nacht.
hoeveelA1
cuánto
Hoeveel kost dit?
de hoeveelheidA2
cantidad
Gebruik een kleine hoeveelheid zout.
hoevenA2irregular
hoefde · hoefden · hebben gehoeven
no hacer falta
Je hoeft morgen niet naar school te komen.
hoewelA2
aunque
Hoewel het regende, gingen we toch.
hoiA1
hola
Hoi, hoe is het?
de hondA1
perro
De hond moet hier aangelijnd zijn.
honderdA1
cien
Dat kost ongeveer honderd euro.
de hongerA1
hambre
Ik heb honger.
de honingA1
miel
Doe wat honing in je thee.
het hoofdA1
cabeza
Mijn hoofd doet pijn.
jefe, responsable
Het hoofd van de afdeling neemt het besluit.

