Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 2 de 202
aankomstB1
llegada
De aankomst is rond middernacht.
aankomsthalA2
sala de llegadas
Ik wacht op je in de aankomsthal.
aankomsttijdA2
hora de llegada
De aankomsttijd staat op je kaartje.
aankondigenB2
anunciar
De gemeente kondigde nieuwe regels aan.
aankoopA2
compra
Bewaar de bon van je aankoop.
aankoopbewijsB2
justificante de compra
Zonder aankoopbewijs kun je niet ruilen.
aanleidingB2
motivo
Wat was de aanleiding voor dit besluit?
aanleunwoningB2
piso adosado a un centro asistencial
Een aanleunwoning ligt naast een zorgcentrum.
aanmaningB1
requerimiento de pago
Na de herinnering volgt een aanmaning.
aanmaningskostenB2
gastos de reclamación
De aanmaningskosten bedragen veertig euro.
aanmeldbewijsB2
justificante de inscripción
Neem je aanmeldbewijs en identiteitsbewijs mee.
aanmeldenB1
darse de alta
U kunt zich online aanmelden.
aannameB2
supuesto
Het model berust op een aantal aannames.
aanpassenA2
adaptar(se)
Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.
aanradenB1
recomendar
Ik raad je aan om vroeg te komen.
aanrakenA2
tocar
Raak de hete pan niet aan.
aanschafB2
adquisición
De aanschaf van een auto is een grote uitgave.
aanschuivenB2
sumarse a la mesa
Schuif gerust aan, er is genoeg.
aansprakelijkheidB2
responsabilidad
De aansprakelijkheid is beperkt tot het factuurbedrag.
aansprakelijkheidsverzekeringB2
seguro de responsabilidad civil
Bijna elk gezin heeft een aansprakelijkheidsverzekering.
aanspreekpuntB1
persona de contacto
Zij is het aanspreekpunt voor nieuwe cursisten.
aanspreektitelB2
tratamiento (título)
Gebruik in een sollicitatie de juiste aanspreektitel.
aanspreekvormB1
forma de tratamiento
In een formele brief gebruik je de aanspreekvorm 'u'.
aansprekenB1
dirigirse a, llamar la atención
Ik durfde hem er niet op aan te spreken.
aanstellingA2
nombramiento
Zij kreeg een vaste aanstelling.

