Vocabulario
1756 palabras · página 2 de 71
het accountA2
cuenta (en línea)
Maak eerst een account aan op de website.
achtA1
ocho
Ik begin om acht uur.
achterA1
detrás
De tuin ligt achter het huis.
de achterdeurA1
puerta trasera
Via de achterdeur kom je in de tuin.
actiefA2
activo
Mijn opa is met tachtig jaar nog heel actief.
de activiteitA2
actividad
Zwemmen is een gezonde activiteit voor jong en oud.
de ademA1
aliento
Haal even diep adem.
het adresA1
dirección
Schrijf hier je adres op.
de advocaatA2
abogado
Zijn advocaat ging in beroep.
afA2
terminado, acabado
Mijn huiswerk voor morgen is eindelijk af.
de afdelingA2
departamento
Zij werkt op de afdeling verkoop.
afrekenenA2separable
rekende af · hebben afgerekend
pagar (en caja)
Ik ga even afrekenen.
de afspraakA2
cita
Ik heb een afspraak om half drie.
het afvalA2
basura
Het afval wordt op dinsdag opgehaald.
afwassenA2separableirregular
waste af · wasten af · hebben afgewassen
fregar los platos
Wie wast er vanavond af?
afwezigA2
ausente
Hij was vorige week afwezig.
afzeggenA2separableirregular
zei af · zeiden af · hebben afgezegd
cancelar (una cita)
Ik moet de afspraak bij de tandarts afzeggen.
de agendaA2
agenda
Ik zet de afspraak in mijn agenda.
de agentA2
policía, agente
De agent vraagt naar mijn rijbewijs en paspoort.
alA1
ya
Ben je er nu al?
allebeiA1
ambos
Wij werken allebei fulltime.
alleenA1
solo; solamente
Ik woon alleen.
alleenstaandA1
soltero
Zij is een alleenstaande moeder.
allemaalA1
todos
We gaan allemaal mee.
de allergieA2
alergia
Ik heb een allergie voor noten.

