Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

444 palabras · página 2 de 18

  • afzeggenA2separableirregular

    zei af · zeiden af · hebben afgezegd

    cancelar (una cita)

    Ik moet de afspraak bij de tandarts afzeggen.

  • antwoordenA2

    antwoordde · hebben geantwoord

    responder

    Hij antwoordde niet op mijn vraag.

  • appenA2

    appte · hebben geappt

    escribir por chat

    Ik app je zodra ik op het station ben.

  • bakkenA2irregular

    bakte · bakten · hebben gebakken

    freír, hornear

    Ik bak een ei voor het ontbijt.

  • beantwoordenB1

    beantwoordde · hebben beantwoord

    contestar, responder

    Beantwoord de vragen in hele zinnen.

  • bedankenA1

    bedankte · hebben bedankt

    agradecer

    Ik wil je bedanken voor je hulp.

  • bedenkenA2irregular

    bedacht · bedachten · hebben bedacht

    idear, inventar

    Wie heeft dit plan bedacht?


    zich bedenkenreflexivo

    cambiar de opinión

    Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.

  • bedervenA2irregular

    bedierf · bedierven · zijn bedorven

    estropearse

    Vlees bederft snel in de warmte.

  • bedoelenA1

    bedoelde · hebben bedoeld

    querer decir

    Wat bedoel je precies?

  • beginnenA1irregular

    begon · begonnen · zijn begonnen

    empezar

    De les begint om negen uur.

  • begrijpenA1irregular

    begreep · begrepen · hebben begrepen

    entender

    Ik begrijp de vraag niet helemaal.

  • behandelenB1

    behandelde · hebben behandeld

    tratar

    De huisarts behandelt mijn klachten met rust en medicijnen.

  • bekijkenA2irregular

    bekeek · bekeken · hebben bekeken

    contemplar, ver con atención

    Wil je de foto's van de vakantie bekijken?

  • belevenA2

    beleefde · hebben beleefd

    vivir (una experiencia)

    Iedereen beleeft zo'n dag anders.

  • bellenA1

    belde · hebben gebeld

    llamar (por teléfono)

    Ik bel je vanavond na het eten.

  • belovenB1

    beloofde · hebben beloofd

    prometer

    Hij beloofde het morgen af te maken.

  • benaderenB1

    benaderde · hebben benaderd

    dirigirse a

    U kunt ons per e-mail benaderen.

  • bepalenA1

    bepaalde · hebben bepaald

    determinar

    Jij mag bepalen waar we eten.

  • bereidenA2

    bereidde · hebben bereid

    preparar

    Dit gerecht is makkelijk te bereiden.

  • bereikenA1

    bereikte · hebben bereikt

    alcanzar; contactar

    Je kunt mij het beste per mail bereiken.

  • beschermenB1

    beschermde · hebben beschermd

    proteger

    Zonnebrandcrème beschermt je huid tegen de zon.

  • beschrijvenB1irregular

    beschreef · beschreven · hebben beschreven

    describir

    Kunt u beschrijven hoe de man eruitzag?

  • beslissenB1

    besliste · hebben beslist

    decidir (elegir)

    Je moet zelf beslissen welke opleiding je kiest.

  • besluitenA2irregular

    besloot · besloten · hebben besloten

    decidir

    We hebben besloten te verhuizen.

  • besprekenB1irregular

    besprak · bespraken · hebben besproken

    discutir

    Dat bespreken we morgen in de vergadering.