Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

1493 palabras · página 2 de 60

  • adviesB1

    consejo

    De arts gaf mij een goed advies.

  • afbetalingB1

    pago a plazos

    Ik koop de wasmachine op afbetaling.

  • afdelingA2

    departamento

    Zij werkt op de afdeling verkoop.

  • aflossingstermijnB1

    plazo de amortización

    De aflossingstermijn is tien jaar.

  • afsluitingB1

    cierre

    Als afsluiting bedank je de lezer.

  • afspraakA2

    cita

    Ik heb een afspraak om half drie.

  • afspraakbevestigingB1

    confirmación de la cita

    Print de afspraakbevestiging uit.

  • aftrekpostB1

    deducción fiscal

    Studiekosten waren vroeger een aftrekpost.

  • afvalA2

    basura

    Het afval wordt op dinsdag opgehaald.

  • afvalbakB1

    papelera

    Gooi het in de afvalbak.

  • afvalcontainerB1

    contenedor de basura

    De afvalcontainer wordt woensdag geleegd.

  • afvalinzamelingB1

    recogida de residuos

    De afvalinzameling is op donderdag.

  • afzenderB1

    remitente

    De afzender staat op de achterkant.

  • afzenderadresB1

    dirección del remitente

    Zet je afzenderadres op de envelop.

  • agendaA2

    agenda

    Ik zet de afspraak in mijn agenda.

  • alcoholB1

    alcohol

    Drink geen alcohol bij deze medicijnen.

  • allebeiA1

    ambos

    Wij werken allebei fulltime.

  • allemaalA1

    todos

    We gaan allemaal mee.

  • allergieA2

    alergia

    Ik heb een allergie voor noten.

  • alternatiefB1

    alternativa

    Is er een alternatief voor de auto?

  • ambitieB1

    ambición

    Zij heeft de ambitie om leidinggevende te worden.

  • ambtenaarB1

    funcionario

    De ambtenaar hielp mij met het formulier.

  • ambulanceA2

    ambulancia

    Bel 112 voor een ambulance.

  • apartA1

    por separado

    We betalen apart.

  • apotheekA2

    farmacia

    De apotheek is naast de huisarts.