Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

102 palabras · página 2 de 5

  • gewoonA1

    normal, corriente; simplemente

    Het was een gewone dag op kantoor.

  • goedA1

    bueno

    Het gaat goed met mij.

  • gratisA1

    gratis

    De eerste les is gratis.

  • grijsA1

    gris

    De lucht is vandaag grijs.

  • groenA1

    verde

    Het licht is groen, je mag gaan.

  • grootA1

    grande

    Zij wonen in een groot huis.

  • halfA1

    medio

    Het is half acht.

  • handigA1

    práctico

    Dat is een handige app.

  • hardA1

    duro; fuerte

    Het bed is te hard.

  • hoogA1

    alto

    Dat gebouw is heel hoog.

  • jarigA1

    que cumple años

    Mijn zoon is vandaag jarig.

  • jongA1

    joven

    Zij is nog heel jong.

  • klaarA1

    listo

    Het eten is klaar.

  • kleinA1

    pequeño

    Mijn kamer is klein maar gezellig.

  • kortA1

    corto

    Het was maar een korte pauze.

  • koudA1

    frío

    Het eten is koud geworden.

  • laagA1

    bajo

    De prijs is nu laag.


    de laag

    capa

    Er ligt een dikke laag sneeuw op straat.

  • laatA1

    tarde

    Sorry dat ik te laat ben.

  • laatsteA1

    último

    Dit is de laatste bus.

  • langA1

    largo

    Het duurt niet lang.

  • langzaamA1

    lento

    Kunt u wat langzamer praten?

  • leegA1

    vacío

    Mijn glas is leeg.

  • lekkerA1

    rico, agradable

    Deze soep is heel lekker.

  • lelijkA1

    feo

    Dat gebouw vind ik lelijk.

  • leukA1

    agradable, divertido

    Dat was een leuke avond.