Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 198 de 202
zendtijdB2
tiempo de emisión
Elke partij krijgt evenveel zendtijd.
zenuwB2
nervio
Er zit een zenuw bekneld in zijn rug.
zenuwachtigA2
nervioso
Ik ben zenuwachtig voor het examen.
zenuwachtigheidB2
nerviosismo
Zijn zenuwachtigheid was begrijpelijk.
zenuwstelselB2
sistema nervioso
Stress belast het zenuwstelsel.
zesA1
seis
We eten om zes uur.
zestigA1
sesenta
Mijn vader is zestig geworden.
zettenA1
poner (de pie)
Zet de stoel bij het raam.
zeurende pijnB2
dolor sordo
Het is meer een zeurende pijn dan een scherpe.
zevenA1
siete
Een week heeft zeven dagen.
zeventigA1
setenta
Buiten de bebouwde kom mag je zeventig.
ziekA1
enfermo
Ik ben vandaag ziek.
ziekenhuisA2
hospital
Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.
ziekenhuisafdelingB2
planta hospitalaria
Hij ligt op de ziekenhuisafdeling cardiologie.
ziekenhuisbezoekB1
visita al hospital
Het ziekenhuisbezoek duurde twee uur.
ziekenhuisopnameB1
ingreso hospitalario
Een ziekenhuisopname was niet nodig.
ziekenhuiszorgB2
atención hospitalaria
De ziekenhuiszorg wordt geconcentreerd in grote centra.
ziekenverzorgerB2
auxiliar de enfermería
De ziekenverzorger werkt in de nachtdienst.
ziekmeldenA2
avisar de baja por enfermedad
Je moet je voor negen uur ziekmelden.
ziekmeldingB1
aviso de baja
Doe je ziekmelding voor negen uur.
ziekteA1
enfermedad
Het is een ziekte die vaak voorkomt.
ziektebeeldB1
cuadro clínico
Dit ziektebeeld komt vaker voor bij ouderen.
ziektebestrijdingB2
lucha contra la enfermedad
Vaccinatie is een pijler van ziektebestrijding.
ziektecijferB2
tasa de morbilidad
De ziektecijfers zijn dit jaar gedaald.
ziektekostenB1
gastos médicos
De ziektekosten worden grotendeels vergoed.

