Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

5046 palabras · página 194 de 202

  • wijkaanpakB2

    plan de barrio

    De wijkaanpak richt zich op werk en onderwijs tegelijk.

  • wijkagentB1

    policía de barrio

    De wijkagent kent iedereen in de buurt.

  • wijkbewonerB1

    vecino del barrio

    De wijkbewoners kwamen bijeen in het buurthuis.

  • wijkcentrumB1

    centro cívico

    In het wijkcentrum zijn gratis activiteiten.

  • wijkverpleegkundigeB2

    enfermera de barrio

    De wijkverpleegkundige komt dagelijks langs.

  • wilgB2

    sauce

    Langs de sloot staan knotwilgen.

  • willenA1

    querer

    Ik wil graag koffie.

  • wilskrachtB2

    fuerza de voluntad

    Met wilskracht alleen kom je er niet.

  • wilsverklaringB2

    declaración de voluntades anticipadas

    In een wilsverklaring leg je je wensen vast.

  • windB1

    viento

    Er staat vandaag veel wind.

  • windkrachtB1

    fuerza del viento

    Er wordt windkracht acht verwacht.

  • windmolenB1

    molino, aerogenerador

    Langs de kust staan veel windmolens.

  • windparkB2

    parque eólico

    Het windpark op zee levert stroom voor een miljoen huishoudens.

  • windrichtingB2

    dirección del viento

    De windrichting draait naar het noorden.

  • windstootB2

    ráfaga de viento

    Een windstoot blies de parasol om.

  • winkelA2

    tienda

    De winkel is op zondag gesloten.

  • winkelcentrumA2

    centro comercial

    Het winkelcentrum is net verbouwd.

  • winkeldiefstalB2

    hurto en tiendas

    Winkeldiefstal wordt altijd gemeld bij de politie.

  • winkelierA2

    comerciante

    De winkelier kent al zijn klanten.

  • winkelketenA2

    cadena de tiendas

    Deze winkelketen heeft filialen door het hele land.

  • winkelmandjeA2

    cesta de la compra

    Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.

  • winkelpersoneelA2

    personal de la tienda

    Het winkelpersoneel helpt je graag.

  • winkeltijdenA2

    horario comercial

    De winkeltijden staan op de deur.

  • winkelvloerB2

    sala de ventas

    Zij begon op de winkelvloer.

  • winkelwagenA2

    carrito

    Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.