Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

612 palabras · página 17 de 25

  • raamA1

    ventana

    Het raam staat open.

  • radenA1

    adivinar

    Raad eens wie ik zag!

  • rechtsA1

    derecha

    De supermarkt is rechts van het station.

  • reizenA1

    viajar

    Ik reis elke dag met de trein.

  • rennenA1

    correr

    De kinderen rennen door de tuin.

  • rijkA1

    rico

    Zij komt uit een rijke familie.

  • rijstA1

    arroz

    We eten vanavond rijst met groente.

  • roepenA1

    llamar, gritar

    Roep me als je klaar bent.

  • rommelA1

    desorden

    Wat een rommel in deze kamer!

  • rondA1

    redondo

    De tafel is rond.

  • roodA1

    rojo

    Ze draagt een rode jas.

  • roomA1

    nata

    Wil je room bij de koffie?

  • rozeA1

    rosa

    Zij draagt een roze jurk.

  • rugA1

    espalda

    Ik heb last van mijn rug.

  • rugzakA1

    mochila

    Mijn boeken zitten in mijn rugzak.

  • saladeA1

    ensalada

    Bij het vlees eten we salade.

  • samenA1

    juntos

    We eten samen om zes uur.

  • sapA1

    zumo

    Een glas sap, alstublieft.

  • sausA1

    salsa

    Wil je saus bij de patat?

  • schaarA1

    tijeras

    Heb je een schaar voor me?

  • scheidenA1

    divorciarse

    Mijn ouders zijn gescheiden.

  • schoenenA1

    zapatos

    Deze schoenen zijn te klein.

  • schoolA1

    escuela

    Mijn kinderen gaan hier naar school.

  • schoonA1

    limpio

    De keuken is weer schoon.

  • schoondochterA1

    nuera

    Onze schoondochter komt uit Spanje.