Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

804 palabras · página 16 de 33

  • leveringA2

    entrega

    De levering duurt drie werkdagen.

  • levertijdA2

    plazo de entrega

    De levertijd is drie werkdagen.

  • lichaamA1

    cuerpo

    Beweging is goed voor je lichaam.

  • lichtA1

    luz

    Doe het licht even aan.

  • liftA2

    ascensor

    De lift is kapot.

  • lijstA2

    lista

    Zet het op de lijst.

  • limonadeA1

    refresco

    De kinderen krijgen limonade.

  • lipA1

    labio

    Mijn lippen zijn droog van de kou.

  • literA2

    litro

    We hebben een liter melk nodig.

  • longA1

    pulmón

    Roken is slecht voor je longen.

  • loonA2

    sueldo

    Het loon wordt per week uitbetaald.

  • luchthavenA2

    aeropuerto

    Schiphol is de grootste luchthaven van Nederland.

  • luciferA1

    cerilla

    Heb je een lucifer?

  • lunchA1

    almuerzo

    De lunch is om half een.

  • maagA1

    estómago

    Ik heb last van mijn maag.

  • maaltijdA2

    comida (plato)

    Dit is de belangrijkste maaltijd van de dag.

  • maandA1

    mes

    Volgende maand ga ik op vakantie.

  • maandagA1

    lunes

    Op maandag begin ik om negen uur.

  • maandbedragA2

    importe mensual

    Het maandbedrag is 45 euro.

  • maandelijksA1

    mensualmente

    De huur betaal je maandelijks.

  • maartA1

    marzo

    De cursus start in maart.

  • maatA2

    talla

    Heeft u dit in een grotere maat?

  • magnetronA2

    microondas

    Warm het even op in de magnetron.

  • manA1

    hombre

    Die man werkt in de winkel.

  • manierA2

    manera

    Dat is een handige manier om te oefenen.