Vocabulario
430 palabras · página 16 de 18
het uurA1
hora
De les duurt één uur.
de vaderA1
padre
Mijn vader kookt heel goed.
de valA1
caída
Een val is bij ouderen de grootste risicofactor.
de vensterbankA1
alféizar
Op de vensterbank staan planten.
de verdiepingA1
planta (de un edificio), piso
Wij wonen op de derde verdieping.
de verjaardagA1
cumpleaños
Morgen is mijn verjaardag.
vertrouwenA1
vertrouwde · hebben vertrouwd
confiar
Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.
het vertrouwen
confianza
Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.
de videoA1
vídeo
Ik heb een korte video van het feest gemaakt.
de vingerA1
dedo
Ik heb mijn vinger gesneden.
de visA1
pescado
Op vrijdag eten we vaak vis.
de vlaA1
natillas
Als toetje eten we vla.
het vleesA1
carne
Zij eet geen vlees.
de vloerA1
suelo (de una habitación)
De vloer is nog nat.
de voetA1
pie
Mijn voet doet zeer.
het voetbalA1
fútbol
Op zaterdag kijkt mijn vader altijd voetbal op tv.
de voordeurA1
puerta principal
De voordeur zit op slot.
de vorkA1
tenedor
Er ligt geen vork op tafel.
de vraagA1
pregunta
Mag ik u een vraag stellen over het formulier?
de vriendA1
amigo
Hij is een goede vriend van mij.
novio, pareja
Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.
de vriendinA1
amiga, novia
Mijn vriendin komt uit Spanje.
de vriendschapA1
amistad
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
de vrijdagA1
viernes
Vrijdag werk ik thuis.
de vrouwA1
mujer
De vrouw leest een boek.
esposa
Mijn vrouw werkt bij de gemeente.
de wangA1
mejilla
Haar wangen zijn rood van de kou.
de wasmandA1
cesto de la ropa
De vuile kleren liggen in de wasmand.

