Vocabulario
1053 palabras · página 15 de 43
de huisapotheekA2
botiquín doméstico
Zorg voor een goede huisapotheek.
de huisartsA2
médico de cabecera
Je gaat eerst naar de huisarts.
de huisartsenpostA2
servicio de urgencias de atención primaria
's Avonds belt u de huisartsenpost.
de huisbaasA2
casero
Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.
de huisgenootA1
compañero de piso
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
de huisregelsA2
normas de la casa
Lees de huisregels van het gebouw.
de hulpA1
ayuda
Bedankt voor je hulp.
de huurA2
alquiler
De huur moet voor de eerste van de maand betaald worden.
het huurcontractA2
contrato de alquiler
Lees het huurcontract goed door.
de huurderA2
inquilino
De huurder moet kleine reparaties zelf doen.
de huurtoeslagA2
ayuda al alquiler
Ik ontvang huurtoeslag van de Belastingdienst.
de huurverhogingA2
subida del alquiler
De huurverhoging gaat in juli in.
het huwelijkA1
matrimonio, boda
Hun huwelijk was in juni.
het ideeA1
idea
Dat is een goed idee.
het identiteitsbewijsA2
documento de identidad
Neem een geldig identiteitsbewijs mee.
het ijsA1
hielo, helado
De kinderen willen een ijsje.
de inburgeringA2
integración cívica
De inburgering is verplicht voor veel nieuwkomers.
de inburgeringsplichtA2
obligación de integración
Voor veel nieuwkomers geldt een inburgeringsplicht.
de INDA2
servicio de inmigración
De IND beslist over je verblijfsaanvraag.
de industrieA2
industria
De industrie verbruikt veel energie.
de informatieA1
información
Meer informatie vind je op de website.
het ingrediëntA2
ingrediente
Welke ingrediënten heb je nodig?
het inkomenA2
ingresos
Zijn inkomen is dit jaar gestegen.
het inschrijfgeldA2
cuota de inscripción
Het inschrijfgeld betaal je één keer.
het interviewA2
entrevista
Het interview duurde een half uur.

