Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

396 palabras · página 15 de 16

  • visA1

    pescado

    Op vrijdag eten we vaak vis.

  • vlaA1

    natillas

    Als toetje eten we vla.

  • vleesA1

    carne

    Zij eet geen vlees.

  • vloerA1

    suelo

    De vloer is nog nat.

  • voetA1

    pie

    Mijn voet doet zeer.

  • voordeurA1

    puerta principal

    De voordeur zit op slot.

  • vorkA1

    tenedor

    Er ligt geen vork op tafel.

  • vriendinA1

    amiga, novia

    Mijn vriendin komt uit Spanje.

  • vriendschapA1

    amistad

    Onze vriendschap duurt al twintig jaar.

  • vrijA1

    libre

    Is deze stoel vrij?

  • vrijdagA1

    viernes

    Vrijdag werk ik thuis.

  • vroegA1

    temprano

    Ik sta elke dag vroeg op.

  • vrouwA1

    mujer

    De vrouw leest een boek.

  • wangA1

    mejilla

    Haar wangen zijn rood van de kou.

  • wasmandA1

    cesto de la ropa

    De vuile kleren liggen in de wasmand.

  • waterA1

    agua

    Drink veel water op een warme dag.

  • weekA1

    semana

    Deze week werk ik thuis.

  • weekdagA1

    día laborable

    Op weekdagen sta ik vroeg op.

  • weekendA1

    fin de semana

    In het weekend werk ik niet.

  • wegA1

    camino, carretera

    Deze weg gaat naar het centrum.

  • welkomA1

    bienvenido

    Welkom bij ons thuis!

  • wereldA1

    mundo

    Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.

  • werkA1

    trabajo

    Ik ga om acht uur naar mijn werk.

  • winterA1

    invierno

    De winter is hier nat en koud.

  • woensdagA1

    miércoles

    Woensdag zijn de kinderen vrij.