Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 123 de 202
overtuigenB2
convencer
Hij wist iedereen te overtuigen.
overtuigingskrachtB2
poder de convicción
Zijn betoog mist overtuigingskracht.
overtuigingstechniekB2
técnica de persuasión
Reclame gebruikt bekende overtuigingstechnieken.
overtuigingsvermogenB2
capacidad de convicción
Zij heeft veel overtuigingsvermogen.
overurenA2
horas extras
Deze week heb ik veel overuren gemaakt.
overwaardeB2
plusvalía de la vivienda
Door de overwaarde konden zij verbouwen.
overweldigdB2
abrumado
Zij was overweldigd door alle reacties.
overwerkB1
horas extra
Overwerk wordt bij ons niet betaald.
overzichtA2
resumen general
Hier is een overzicht van de kosten.
paarA1
par, unos pocos
Ik blijf nog een paar dagen.
paardB2
caballo
Het paard graast in de wei.
paarsA1
morado
De bloemen in de tuin zijn paars.
paddenstoelB2
seta
In het najaar schieten de paddenstoelen op.
pakjeA1
paquete
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
pakkenA1
coger
Pak even een glas voor me.
pakketdienstB2
servicio de paquetería
De pakketdienst laat het bij de buren achter.
palingB2
anguila
De paling is een bedreigde soort.
palletB2
palé
De dozen staan op een pallet.
panA2
olla, sartén
Doe de groente in de pan.
papierA1
papel
Schrijf het op een blaadje papier.
papierformaatB2
tamaño de papel
Het standaard papierformaat is A4.
paprikaA1
pimiento
Snijd de paprika in reepjes.
parapluA1
paraguas
Neem een paraplu mee, het gaat regenen.
pardonA1
perdone
Pardon, mag ik er even langs?
parkA1
parque
We wandelen graag in het park.

