Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 120 de 202
opnameA2
retirada de dinero
Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.
opnameduurB2
duración del ingreso
De gemiddelde opnameduur is korter geworden.
opnieuwA2
de nuevo
Probeer het opnieuw.
oppositieB2
oposición
De oppositie stemde tegen.
oprechtB2
sincero
Zijn excuses klonken oprecht.
oproepkrachtB2
trabajador a llamada
Als oproepkracht weet je nooit hoeveel je werkt.
opruimenA2
ordenar
Ruim je spullen even op.
opsporingB2
investigación policial
De opsporing van de daders duurde maanden.
opstroomB2
promoción a un nivel superior
Opstroom naar een hoger niveau komt weinig voor.
optimaliserenB2
optimizar
Het proces is verder geoptimaliseerd.
optredenB1
actuación; actuar
De band treedt zaterdag op.
opvallenA2
llamar la atención
Het valt me op dat je beter spreekt.
opvallendB2
llamativo
Het is een opvallend gebouw.
opvliegendB2
irascible
Hij heeft een opvliegend karakter.
opvolgerB2
sucesor
Zijn opvolger begint in mei.
opwarmenA2
calentar
Warm het eten even op in de magnetron.
opwarmingB2
calentamiento
De opwarming van de aarde gaat door.
opwindingB2
emoción, excitación
Er heerste grote opwinding voor de wedstrijd.
opzegbriefB2
carta de baja
Stuur de opzegbrief ruim op tijd.
opzeggenA2
rescindir, cancelar
Ik wil mijn contract opzeggen.
opzeggingB2
rescisión, aviso de baja
De opzegging moet schriftelijk gebeuren.
opzegtermijnB1
plazo de preaviso
De opzegtermijn is één maand.
opzoekenA2
buscar (consultar)
Zoek het woord even op.
oranjeA1
naranja
Het Nederlands elftal speelt in oranje.
ordenenB2
ordenar
Orden de gegevens per jaar.

