Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 12 de 202
autoverhuurB1
alquiler de coches
Bij de autoverhuur heb je je rijbewijs nodig.
autoverzekeringB1
seguro del coche
Een autoverzekering is wettelijk verplicht.
avondA1
noche (temprana)
's Avonds kijk ik televisie.
avondetenA2
cena
Het avondeten is om zes uur.
azijnA1
vinagre
Doe wat azijn in de salade.
baanA2
trabajo
Zij heeft een nieuwe baan gevonden.
baasA2
jefe
Mijn baas is vandaag afwezig.
baasjeB2
dueño de la mascota
Het baasje moet de hond opruimen.
babbeltrucB2
timo del cuento
Ouderen zijn vaak slachtoffer van een babbeltruc.
babyA1
bebé
De baby slaapt nu.
babyborrelB2
fiesta por el nacimiento
Op de babyborrel waren veertig mensen.
bachelorB2
grado
Na je bachelor kun je doorstuderen.
bacterieB2
bacteria
Niet elke bacterie is schadelijk.
badkamerA1
cuarto de baño
De badkamer is boven.
badkuipA2
bañera
In deze badkamer staat geen badkuip.
bagageA2
equipaje
Laat je bagage niet alleen achter.
bakkenA2
freír, hornear
Ik bak een ei voor het ontbijt.
bakkerA2
panadería
Ik haal brood bij de bakker.
baliemedewerkerB2
empleado de mostrador
De baliemedewerker hielp mij snel.
balkonA2
balcón
Op het balkon staan planten.
banaanA1
plátano
Wil je een banaan?
bandA2
neumático
Mijn band is lek.
banenverliesB2
pérdida de empleos
Automatisering kan leiden tot banenverlies.
bangA2
asustado
Ik ben bang voor honden.
bankA2
banco
Ik heb een rekening bij deze bank.

