Vocabulario
Filtros
Secciones
Categorías gramaticales
5046 palabras · página 116 de 202
ontdaanB2
consternado
Na het ongeluk was hij helemaal ontdaan.
ontdekkenA2
descubrir
Ik ontdekte een fout in het formulier.
ontdooienB2
descongelar
Laat vlees in de koelkast ontdooien.
ontevredenB2
insatisfecho
Veel bewoners zijn ontevreden over het besluit.
ontevredenheidB2
descontento
De ontevredenheid onder het personeel groeit.
ontgoochelingB2
desilusión
De uitslag was een grote ontgoocheling.
onthechtingB2
desapego
Hij sprak met een zekere onthechting over het verleden.
onthoudenA2
recordar, memorizar
Ik kan die naam nooit onthouden.
ontkennenB2
negar
Hij bleef alles ontkennen.
ontmoedigendB2
desalentador
Zo veel fouten is ontmoedigend.
ontmoetenA2
conocer, encontrarse con
Ik heb haar op een cursus ontmoet.
ontmoetingsplekB1
lugar de encuentro
Het buurthuis is een belangrijke ontmoetingsplek.
ontradenB2
desaconsejar
De arts ontraadde die combinatie.
ontroerenB2
conmover
Het verhaal ontroerde de hele zaal.
ontroerendB2
conmovedor
Het was een ontroerend afscheid.
ontroeringB2
emoción, conmoción
Zijn woorden wekten ontroering bij het publiek.
ontslaanA2
despedir
Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.
ontslagB2
despido, dimisión
Hij heeft zelf ontslag genomen.
ontslagbriefB2
informe de alta
De ontslagbrief gaat naar je huisarts.
ontslagprocedureB2
procedimiento de despido
De ontslagprocedure is wettelijk vastgelegd.
ontslagvergoedingB2
indemnización por despido
De ontslagvergoeding werd in één keer uitbetaald.
ontspannenB1
relajarse
In het weekend probeer ik te ontspannen.
ontspanningB1
relajación
Lezen is voor mij pure ontspanning.
ontspanningsoefeningB2
ejercicio de relajación
Doe elke avond een ontspanningsoefening.
ontvangenA2
recibir
Ik heb je bericht ontvangen.

