Vocabulario
1053 palabras · página 11 de 43
de fietspompA2
bomba de bici
Heb je een fietspomp voor me?
de fietsrouteA2
ruta ciclista
Deze fietsroute gaat door het bos.
het fietsslotA2
candado de bici
Vergeet je fietsslot niet.
de fietsverhuurA2
alquiler de bicis
Bij het station is een fietsverhuur.
de filmA1
película
We kijken vanavond een film.
de flesA1
botella
Er staat een fles wijn op tafel.
het flesjeA2
botellita
Neem een flesje water mee.
de fotoA1
foto
Dit is een foto van mijn familie.
de foutA1
error; incorrecto
Ik heb een fout gemaakt.
het fruitA2
fruta
Op mijn werk staat altijd fruit.
de functieA2
puesto
In welke functie werk je?
de functietitelA2
título del puesto
Wat is je functietitel precies?
de gangA1
pasillo
Zet je schoenen in de gang.
de garageA1
garaje
De fiets staat in de garage.
de garantieA2
garantía
Er zit twee jaar garantie op.
de gastA2
invitado
Op ons feest waren meer dan vijftig gasten.
het gatA2
agujero
Er zit een gat in mijn sok.
het gebakA1
pastel
Bij de koffie was er gebak.
het gebouwA2
edificio
Het gemeentehuis is een groot wit gebouw.
het gebruikA1
uso
Het gebruik van de app is gratis.
het gedichtA2
poema
Dit gedicht staat in elk schoolboek.
het geheimA2
secreto
Kun jij een geheim voor je zus bewaren?
het geldA1
dinero
Ik heb geen geld bij me.
de geldautomaatA2
cajero automático
Er staat een geldautomaat bij de supermarkt.
het geldbedragA2
cantidad de dinero
Vul het geldbedrag in cijfers in.

