Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

5046 palabras · página 101 de 202

  • medicijnkuurB1

    tratamiento farmacológico

    Maak de medicijnkuur helemaal af.

  • medicijnonderzoekB2

    investigación farmacológica

    Medicijnonderzoek duurt vaak meer dan tien jaar.

  • medicijnvoorschriftB1

    receta médica

    Zonder medicijnvoorschrift krijg je dit niet.

  • medischB1

    médico

    Er is geen medische reden voor.

  • medische ethiekB2

    ética médica

    De medische ethiek stelt grenzen aan wat mág.

  • meedelenB1

    comunicar

    Wij delen u mee dat de afspraak verzet is.

  • meedoenA2

    participar

    Doe je mee met de cursus?

  • meegaandB2

    complaciente

    Hij is te meegaand in discussies.

  • meelA1

    harina

    Voor dit recept heb je meel nodig.

  • meelevendB2

    comprensivo

    Hij reageerde meelevend op het slechte nieuws.

  • meemakenA2

    vivir (una experiencia)

    Ik heb veel meegemaakt dit jaar.

  • meenemenA2

    llevar consigo

    Neem je paspoort mee.

  • meerA1

    más

    Ik heb meer tijd nodig.

  • meerkeuzevraagB2

    pregunta de opción múltiple

    Het examen bestaat uit meerkeuzevragen.

  • meervoudB2

    plural

    Het meervoud van 'kind' is 'kinderen'.

  • meestalA2

    normalmente

    Ik ga meestal met de fiets.

  • meesteA1

    la mayoría

    De meeste mensen komen met de fiets.

  • meetbaarB2

    medible

    Het effect is nauwelijks meetbaar.

  • meetinstrumentB2

    instrumento de medición

    Het meetinstrument moet betrouwbaar zijn.

  • meeuwB2

    gaviota

    De meeuwen pikken het brood zo uit je hand.

  • meevallerB2

    golpe de suerte

    De belastingteruggave was een meevaller.

  • meiA1

    mayo

    Mijn verjaardag is in mei.

  • meisjeA1

    chica

    Het meisje speelt buiten.

  • melancholieB2

    melancolía

    In zijn muziek zit veel melancholie.

  • meldenB1

    notificar

    U moet een verhuizing melden bij de gemeente.