Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

43 palabras · página 1 de 2

  • de zaakB1

    negocio; asunto

    Mijn oom heeft een eigen zaak in het centrum.

  • de zakA1

    bolsillo; bolsa

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • zakkenB1

    zakte · zijn gezakt

    suspender

    Hij is helaas gezakt voor het examen.


    de zakken

    bolsas, sacos (plural de zak)

    Hij zet de zakken met oud papier bij de container.

  • de zalfA2

    pomada

    Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.

  • de zaterdagA1

    sábado

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • het zebrapadA2

    paso de cebra

    Steek over bij het zebrapad.

  • de zeeA1

    mar

    De zee is vandaag onrustig.

  • de zeepA1

    jabón

    Was je handen met zeep.

  • de zelfstandigheidB1

    autonomía

    De functie vraagt veel zelfstandigheid.

  • de zelfstudieB1

    autoaprendizaje

    Naast de les doe ik veel zelfstudie.

  • het ziekenhuisA2

    hospital

    Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.

  • het ziekenhuisbezoekB1

    visita al hospital

    Het ziekenhuisbezoek duurde twee uur.

  • de ziekenhuisopnameB1

    ingreso hospitalario

    Een ziekenhuisopname was niet nodig.

  • de ziekmeldingB1

    aviso de baja

    Doe je ziekmelding voor negen uur.

  • de ziekteA1

    enfermedad

    Het is een ziekte die vaak voorkomt.

  • het ziektebeeldB1

    cuadro clínico

    Dit ziektebeeld komt vaker voor bij ouderen.

  • de ziektekostenB1

    gastos médicos

    De ziektekosten worden grotendeels vergoed.

  • de ziektekostenvergoedingB1

    reembolso de gastos médicos

    Vraag na of je ziektekostenvergoeding krijgt.

  • de zijdeA2

    seda

    De sjaal is van zijde.


    lado

    Aan de andere zijde van de straat staat een apotheek.

  • de zinA2

    frase, oración

    Schrijf een zin met het woord 'huis'.


    ganas (tener ganas)

    Ik heb geen zin om vandaag te koken.

  • de zolderA1

    desván

    De oude spullen liggen op zolder.

  • de zomerA1

    verano

    In de zomer gaan we naar het strand.

  • de zonA2

    sol

    De zon schijnt eindelijk.

  • de zondagA1

    domingo

    Zondag zijn veel winkels dicht.

  • de zoneB1

    zona (delimitada)

    In deze zone mag je maar dertig kilometer per uur rijden.