Vocabulario
Filtros2
Secciones
Categorías gramaticales
5 palabras · página 1 de 1
zelfstandigB1
independiente
Je moet in deze functie zelfstandig kunnen werken.
zenuwachtigA2
nervioso
Ik ben zenuwachtig voor het examen.
zoetA2
dulce
Deze appel is heel zoet.
zuurA2
agrio
De melk is zuur geworden.
zwartA1
negro
Hij heeft zwarte schoenen aan.

